Bloedwaarden vitamine D

Bloedwaarden vitamine D

Er heersen nogal wat misverstanden over bloedwaarden vitamine D. Daarover gaat dit artikel. 

Tunnelvisie

Als je een beetje op de hoogte bent van de geschiedenis van vitamine D, dan weet je dat dit direct (en terecht) in verband staat met botgezondheid. Zo is het immers ontdekt! Daarmee hebben we gelijk het probleem te pakken: als je ontdekt dat vitamine D direct in verband staat met botgezondheid en je checkt hele populaties op bloedwaarden vitamine D in relatie tot deze problemen, dan kom je tot een bloedwaarderange van tussen de 50 en 150 nmol/l. Daaronder zit je volgens je arts dus fout en daarboven ook. Maar is dat terecht? Nee. 

Statistische fout

Bij die tunnelvisie op botgezondheid komt nog iets bij. In het verleden is vastgesteld dat een dagelijkse dosering van rond de 10 microgram (400 IE) voldoende is voor de meeste mensen. Echter, in die berekening zat een statistische fout. In 2014 ontdekten Canadese statistici een fout in het invloedrijke Amerikaanse rapport uit 2011 van het Institute for Medicine (IOM). Het doel van het IOM was om een dagelijkse dosering vast te stellen (RDA/ADH) die ervoor zorgt dat 97,5% van de individuele bevolking een gezonde bloedwaarde van minimaal 50 nmol/l haalt. De onderzoekers analyseerden de data van verschillende eerdere studies. Zij keken hierbij per abuis naar de gemiddelde bloedwaarden van die studiegroepen, in plaats van naar de spreiding tussen alle individuele deelnemers. Omdat gemiddelden van groepen veel minder variëren dan individuele personen, concludeerde het IOM ten onrechte dat een lage dosering van 600 IE (15 microgram) per dag voor bijna iedereen voldoende zou zijn. 

In werkelijkheid zorgde deze dosering er puur voor dat de gemiddelde persoon de 50 nmol/L haalde, terwijl een grote groep individuen ver onder de maat bleef. Wat had de dosering moeten zijn? Toen onafhankelijke statistici de data correct herberekenden, kwamen zij tot een verrassende conclusie: Om daadwerkelijk 97,5% van de individuen boven de 50 nmol/L te krijgen, zou een dagelijkse inname van bijna 8.900 IE (ruim 220 microgram) nodig zijn. Dit is ruim tien tot vijftien keer hoger dan de officiële aanbeveling. Waarom zijn de richtlijnen niet direct aangepast? Ondanks de publicatie van deze rekenfout hebben officiële instanties zoals Health Canada en het Amerikaanse IOM hun adviezen niet drastisch veranderd. Hun belangrijkste argumenten hiervoor zijn:

  • Overdosering: Het structureel adviseren van extreem hoge doseringen (zoals 8.000+ IE) aan de gehele bevolking vergroot het risico op toxiciteit en kalkafzetting bij mensen die van zichzelf al efficiënt vitamine D opnemen.
  • Klinische resultaten: Recente grootschalige medische onderzoeken (zoals de VITAL-studie) laten zien dat het blind verhogen van vitamine D-spiegels bij kerngezonde mensen zonder tekort nauwelijks extra gezondheidsvoordelen oplevert. De winst zit puur in het opheffen van een daadwerkelijk tekort.

Deze historische rekenfout verklaart direct waarom orthomoleculair artsen vaak veel hogere doseringen adviseren (bijvoorbeeld 2.000 tot 5.000 IE per dag) dan de behoudende adviezen van de overheid. Maar wat te denken van die argumenten dan?

Wel, het is inderdaad onverstandig om maar blind te suppleren zonder zicht op bloedwaarden. Want inderdaad kan een te hoge vitamine D-spiegel leiden tot hypercalciëmie. Dit is echter zeldzaam en begint meestal pas bij bloedwaarden boven de 250 nmol/l. In het advies wordt echter geen rekening gehouden met de inzet van vitamine K die de opgenomen calcium richting de botten en tanden dirigeert. 

Het tweede argument is subjectief. Hoe kun je meten of iets gezondheidsvoordelen oplevert? Hoe weet je of het 'uitblijven van ziekte' wel of niet wordt veroorzaakt door een hoge vitamine-D-spiegel? In feite zou de referentiewaarde niet de waarde van de populatie moeten zijn, maar de waarde van kerngezonde mensen, wonend rond de evenaar die voldoende zonexposure hebben gehad. Zie ook de blog over vitamine D in relatie tot blootstelling aan de zon. Daar komen heel andere waarden uit! 

Tenslotte geldt ook dat de opname van vitamine D individueel verschilt per persoon en dat het beter, secuurder en veiliger is om op bloedwaarden te sturen, dan op hoeveelheden microgrammen (of IE's) per dag. 

Andere functies

De gehanteerde bloedwaarden zijn weliswaar correct voor botgezondheid (samen met vitamine K2 MK7 overigens), maar er zijn nog meer terreinen waar vitamine D een functie vervult. Waaronder je immuunsysteem. Hoe zit het dan met die bloedwaarden? 

In orthomoleculaire kringen worden de volgende bloedwaarden gehanteerd:

  • Bij gezonde mensen: 100-150 nmol/l;
  • Bij mensen met kanker: 150-250 nmol/l.

Bij (de preventie van) kanker liet onderzoek van Garland (de man op de foto boven dit artikel) zien dat bloedwaarden van minimaal 100 nmol/l een reductie van 67% (!) gaven bij vrouwen, vergeleken met de groep die op 50 nmol/l zat.

De achterliggende reden is dat vitamine D een enorm effect heeft op een (al dan niet uitgeput) immuunsysteem. Immuuncellen kunnen namelijk zelf inactieve vitamine D uit zonlicht of supplementen omzetten in de actieve vorm, zonder tussenkomst van de nieren. Het enige wat je in dit geval in de gaten moet houden, is dat er voldoende vitamine K2 (MK7) wordt ingenomen om het risico op hypercalciëmie bij hoge bloedwaarden te voorkomen. 

Voor meer functies van vitamine D in het algemeen en vitamine D en kanker kun je beter de blogs op deze site zelf lezen. Want het risico op een tweede hartinfarct daalt wel met 52% bij mensen met een bloedwaarde tussen de 100-200 nmol/l. Er zo zijn er nog talloze voordelen van een hoge(re) bloedspiegel vitamine D. 

Disclaimer

Medische informatie wordt alleen verstrekt als informatiebron en mag niet worden gebruikt of vertrouwd voor diagnostische of behandelingsdoeleinden. De informatie is niet bedoeld als patiëntenvoorlichting, creëert geen relatie tussen patiënt en orthomoleculair adviseur en/of INNR B.V. en mag niet worden gebruikt als vervanging voor professionele diagnose en behandeling. Raadpleeg uw zorgverlener voordat u beslissingen over uw gezondheid neemt of voor advies over een specifieke medische aandoening. INNR B.V. is niet aansprakelijk voor enige schade, verlies, letsel of aansprakelijkheid op welke manier dan ook geleden als gevolg van uw vertrouwen op de informatie uit dit document.

Terug naar blog