In deze blog gaan we een diepe duik nemen in het mineraal calcium. Van alle mineralen in ons lichaam (ca. 22), is calcium wel het meest aanwezig. Het grootste mineraal in hoeveelheid dus. Essentieel ook, want we kunnen zelf geen calcium aanmaken. En net als alle mineralen: onmisbaar. Als je aan een gemiddelde Nederlander vraagt waar calcium goed voor is, dan krijg je waarschijnlijk het antwoord: ‘Voor je botten’. En dan eindigt het gesprek.
Zo ook vaak bij de dokter. Je bent een vrouw en bereikt de menopauzale leeftijd en je dokter zegt: ‘Mevrouw, u moet calciumsupplementen nemen omdat ik me zorgen maak over het potentiële risico op botverlies.' Ik zal je nu alvast vertellen dat dit een mythe is. Calciumtekort kan zeker osteoporose veroorzaken, maar een echt calciumtekort is vrij zeldzaam bij mensen. Ik zal je nu alvast verklappen dat we veel te veel calcium in ons lichaam kunnen hebben dat niet biologisch beschikbaar is en allerlei problemen veroorzaakt, waaronder calcificatie. Je kunt dus een tekort aan calcium hebben (osteoporose) terwijl je tegelijkertijd symptomen kunt hebben van een teveel aan calcium. Het lijkt een beetje op de situatie van een drenkeling op zee die omringd is door water en toch enorme dorst heeft. Best ingewikkeld dus.
Laten we in deze blog eens haarfijn uitzoeken hoe het nu zit met dat calcium. Ik neem je mee aan de hand van de volgende paragrafen:
- De ontdekking van calcium;
- Bronnen van calcium;
- Functies van calcium;
- Oorzaken van een tekort aan calcium;
- Symptomen van een tekort aan calcium;
- Suppletie en doseringen.
1. De ontdekking van calcium
Calcium is een scheikundig element met symbool CA en atoomnummer 20. In feite is het een metaal. Na koolstof, zuurstof, waterstof en stikstof, is calcium het meest voorkomende element (= mineraal) in ons lichaam. De totale hoeveelheid in een lichaam van een volwassen persoon bedraagt ongeveer 1 tot 1,2 kilo.
Calcium is al zo oud als de aarde zelf. De Romeinen gebruikten al calciumoxide. Pas in 1808 werd calcium als ongebonden element ontdekt. Het was de scheikundige Humphry Davy die het lukte om als eerste zuiver calcium als puur metaal wist te isoleren. Dat deed hij in hetzelfde jaar en met dezelfde methode overigens ook met magnesium, strontium en barium. In ongebonden vorm komt calcium in de natuur niet voor. We treffen het vooral aan als calciumcarbonaat in kalkzandsteen Eind 19e eeuw lukte het om chemisch zuiver calcium te bereiden door calciumjodide (calcium gebonden aan jodium) met natrium te reduceren. De naam ‘calcium’ is afkomstig van het Latijnse woord ‘Calx’, dat kalksteen betekent. In onze beleving is kalk een soort cementachtig stofje. Dat komt door associaties met beton, cement, kalkzandsteen en verkalkte leidingen in een wasmachine. We zien het vaak als een wit of grijs stofje, maar dat het een metaal is, daar denken we vaak niet aan. De kern is wel dat calcium in de vorm van calciumoxide (ongebluste kalk) inderdaad gebruikt wordt als grondstof in bouwmaterialen en tal van legeringen. Maar voor deze blog zijn we vooral geïnteresseerd in de rol van calcium in ons lichaam.
Zo’n 99% van het calcium in ons lichaam, zit in het ‘bottenmagazijn’. Het is dus echt zeldzaam om een absoluut tekort aan calcium te hebben. Slechts 1% circuleert in je bloed en dan met name in je serum (het transparante deel van je bloed). Terzijde: af en toe zie je bij bloed ook het woord ‘plasma’. Wat is het verschil tussen plasma en serum? In plasma zitten nog stollingsfactoren en in serum zijn die eruit gehaald. Dus als je alle bloedonderdelen (witte en rode bloedcellen en stollingsplaatjes) eruit haalt, hou je serum over; het lichtgele tot transparante deel van je bloed. Calcium tref je ook nog aan in en buiten de cellen. Dan heb ik het niet alleen over bloedplasma, maar over interstitiële vloeistof die direct tussen je cellen in de weefsels zit; in jargon extracellulaire vloeistoffen. Ten slotte zit een heel klein beetje in je cellen (intracellulair). Om een indruk te hebben van de verhoudingen: die 1% in je serum is 10.000 keer meer dan de hoeveelheid in en rondom je cellen. Maak je er maar niet druk over. Ik leg het bij de functies wel grondig uit. Als je maar onthoudt dat calcium niet alleen een functie heeft in de botten.
De 1% calcium in je serum wordt nauwlettend gereguleerd. Dat noemen ze in jargon calciumhomeostase. Dat is een prachtig proces, met als doel te voorkomen dat de bloedwaarden calcium te veel stijgen of dalen. Als je calciumwaarden in je bloed afwijken, heb je serieuze problemen (hypercalciëmie of hypocalciëmie). Het lichaam doet namelijk zijn uiterste best om die bloedwaarden binnen nauwe grenzen te houden. In feite gaat het hier over drie hormonen die dit prachtig regelen: parathormoon (PTH) uit de bijschildklier, calcitonine uit de schildklier en de actieve vorm van vitamine D met de naam calcitriol. Als het calciumniveau in het bloed te laag wordt, stimuleert parathormoon de nieren om meer calcium te resorberen (dus niet uit te plassen) en zet de inactieve vorm van vitamine D om in de actieve (calcitriol). Beide hormonen proberen zo meer calcium in het bloed te krijgen via verschillende mechanismen. Bij een te hoge calciumspiegel in het bloed remt calcitonine uit de schildklier het parathormoon waardoor je weer meer calcium gaat uitplassen en er minder calcium uit de darmen wordt opgenomen. De belangrijkste functie van calcitonine is echter het remmen van botresorptie, oftewel het onttrekken van calcium aan de botten.
Vatten we het voorgaande samen, dan zie je dat de regulering van calcium alles te maken heeft met je (bij-)schildklier(en), darmen, nieren en botten (voorraad). Je huid, lever en (wederom) je nieren spelen weer een rol bij de vorming van vitamine D uit zonlicht.
Wat je tenslotte nog moet weten, is dat calcium in het bloed verdeeld is over geïoniseerd calcium (45-50%), calcium gebonden aan eiwitten (40-45%) en calcium in de vorm van calciumfosfaat, -carbonaat en -oxalaat (8-10%).
2. Bronnen van calcium
Hoe krijgen we calcium via voeding binnen? Eerst maar even een mythe ontkrachten. De mythe is: ‘Je moet zuivel consumeren om voldoende calcium binnen te krijgen.’ Dat is niet waar. Zeker, calcium zit vooral in zuivel, maar er zijn ook veel andere bronnen.
Zuivel
Zuivel zou je zeker op de lijst kunnen zetten, als die zuivel maar niet zo gebruikt en bewerkt was. Vroeger werd zuivel gemaakt van rauwe melk. De dieren graasden op grasweiden en werden niet gevoed met hormonen of chemisch beladen voer. Ze werden niet in kleine ruimten opgesloten en vooral gefokt en gevoerd om zoveel mogelijk melk te produceren. Er is echter veel negatief veranderd door de schaalvergroting. Enorme hoeveelheden hormonen, chemicaliën, medicijnen zorgen voor een enorme stress bij de dieren. Daarenboven worden ze gevoed met tonnen graan waarin genetisch gemodificeerde pesticiden zitten. Vervolgens hebben we de verwerking van zuivel waar ook veel mis kan gaan. Gelukkig zien we tegenwoordig een tegenbeweging en wordt er weer veel meer aandacht geschonken aan een diervriendelijk leven. Gemeengoed is dit echter nog niet. Zo is het type zuivel van commerciële boerderijen van een ander type dan waar mensen van nature beter mee kunnen omgaan. Voor de echte ‘nerds’: de standaard melk die je in de meeste supermarkten vindt, is A1-melk. Deze melk bevat zowel A1- als A2-eiwitten. Dan is er ook nog melk met alleen A2-eiwitten. Dit wordt vaak ‘oermelk’ genoemd en is vooral afkomstig van specifieke rassen als Jerseykoeien of van buffels, geiten en schapen. Het belangrijkste verschil zit in de vertering. Wanneer je lichaam A1-eiwitten afbreekt, kan er een stofje vrijkomen met de naam BCM-7. Sommige mensen die denken dat ze lactose-intolerant zijn, blijken in werkelijkheid gevoelig te zijn voor dit BCM-stofje in A1-melk. Dit kan zorgen voor een opgeblazen gevoel, darmklachten of slijmvorming. Over het algemeen geldt dat biologische, rauwe melk, mits goed geproduceerd, een beter product is dan die gepasteuriseerde melk uit de supermarkt. Een en ander geldt ook voor yoghurt, karnemelk en rauwmelkse kaas, meestal te koop bij een boerderijwinkel. Of online.[1]
Mocht je dus aan goede zuivel kunnen komen, dan is dat wel de ‘kampioen-calciumbron’. Harde kaas (Gouda): 800-1000 mg per 100 gram. Glas melk: 185 mg. Kwark is de topper omdat het geconcentreerd is: 200 gram kwark levert tussen de 250-300 mg calcium op.
Bottenbouillon
We zijn het een beetje verleerd, maar ik kan me nog herinneren dat we mergpijpjes bij de slager kochten, samen met wat soepvlees, om zelfgemaakte soep te koken. Daarmee komen we gelijk bij een zeer goede bron van calcium: bottenbouillon. Ik praat dan over dat dikke goedje dat je van botten kookt (al dan niet in een snelkookpan). Je bent door het koken die botten aan het verzachten zodat alle mineralen eruit lekken en in de bouillon terechtkomen. Doe je er nog wat verse groenten bij, dan wordt het helemaal een feestje.
Vis in blik
Als je sardientjes, zalm of tonijn in blik koopt, krijg je ook veel calcium binnen. Hoe dat komt? Omdat die blikken onder druk zijn gekookt, zodat alle graten die er nog in zitten, zacht en eetbaar worden. Gooi die dus niet weg, maar eet ze op. Supergezond!
Kruisbloemige groenten
Groenten zijn ook rijk aan calcium. Vooral de kruisbloemige soorten. Dat zijn bijvoorbeeld broccoli, bloemkool, andere koolsoorten en paksoi. Het voordeel van deze groenten is dat ze geen oxalaten bevatten. Komkommer, courgette, slasoorten, witlof en tomaten zijn ook gezonde bronnen zonder oxalaten. Oxalaten? Ja, dat zijn stofjes die zich binden aan calcium en de opname ervan dus fors beperken. Die oxalaten tref je vooral aan in spinazie, snijbiet, biet, rabarber, postelein en aardappelen. Dus de consumptie van die laatstgenoemde soorten is minder handig om calcium binnen te krijgen. Je hoeft die soorten met oxalaten dus zeker niet te mijden. Wees je alleen bewust dat dit niet voor veel calcium zal zorgen.
Noten en zuidvruchten
Amandelen zijn een geweldige bron van calcium. Evenals vijgen. Amandelen bevatten zo’n 250 mg per 100 gram, maar ook hier zitten weer oxalaten in. Hazelnoten, paranoten, pistachenoten, walnoten, pinda’s; allemaal prima bronnen. Bij zuidvruchten voeren gedroogde vijgen de lijst aan met 170-190 mg per 100 gram. Daarna volgen abrikozen, rozijnen en dadels.
Je zou dus helemaal geen problemen moeten hebben met het handhaven van solide, adequate niveaus van calcium, als je maar afwisselend en gezond eet.
3. Functies van calcium
Wat zijn nu de functies van calcium? De functies van calcium zijn samen te vatten in drie hoofdgroepen:
- Structurele functies (dat gaat dus over structuren);
- Neuromusculaire functies (dat gaat over spieren en zenuwen en de communicatie ertussen);
- Regulerende functies.
Ad1: Structurele functies
Botmineralisatie
Sommige mensen beweren: ‘Osteoporose is het langzaam weglekken van calcium uit je botten. Daardoor ontstaat osteoporose.’ Dat antwoord zou correct zijn als botten alleen uit calcium zouden bestaan. Bot bestaat echter uit een matrix van collageen, van eiwitten, peptiden en aminozuren en van mineralen zoals calcium, zink, selenium, koper, chroom, magnesium, borium en vanadium. Dus bot is niet alleen calcium; dat is een soort simpele versie van de werkelijkheid. Dat laat onverlet dat je wel degelijk calcium nodig hebt als onderdeel van botmineralisatie. Je weet waarschijnlijk wel dat kinderen met rachitis (Engelse ziekte) enorme O-benen kregen door een gebrek aan vitamine D en daardoor aan calcium? De kern is dus dat osteoporose (mede) ontstaat doordat we een tekort aan calcium hebben. Dat tekort ontstaat vaak niet door een te lage inname, maar door een te lage opname vanwege een gebrek aan vitamine D. Mocht je namelijk door een tekort aan vitamine D onvoldoende calcium opnemen, dan haalt je lichaam dat uit je botten. En zo krijg je botontkalking. Overigens spelen ook andere factoren een rol.
Zo is bekend dat het drinken van grote hoeveelheden cola (en bepaalde andere frisdranken) kan bijdragen aan osteoporose. Fosforzuur uit frisdrank bindt zich namelijk aan calcium in de darmen, waardoor de opname wordt beperkt. Daarnaast verstoort het de activatie van vitamine D in de nieren en beïnvloedt het de zuurgraad van het bloed negatief, waardoor het lichaam opnieuw calcium moet gebruiken om die balans te herstellen. Kortom, via verschillende mechanismen zorgt fosforzuur voor osteoporose. Terzijde: als je wat wilt doen aan osteoporose, dan heb je vitamine D, K2, calcium en magnesium nodig. Ten slotte moet je ook niet vergeten dat bij sommige mensen osteoporose wordt veroorzaakt door een auto-immuunreactie en dus helemaal niets met een tekort aan dit of dat te maken heeft. Laat de oorzaak uitzoeken!
Gebitsmineralisatie
Voor een goed, sterk gebit is calcium onmisbaar. Het overgrote deel van je tanden en kiezen bestaat uit calcium hydroxyapatiet, een verbinding tussen calcium en fosfaat. Het tandglazuur dat het hardste weefsel in ons lichaam is, bestaat zelfs voor 97% uit dit mineraal. Het maakt onze tanden extreem dicht qua structuur zodat zuren geen kans krijgen en fysieke slijtage beperkt is. Het tandbeen zelf is iets zachter en bestaat voor 70% uit calcium hydroxapatiet. Tijdens de kinderjaren is voldoende aanvoer van calcium (en dus ook vitamine D) essentieel voor een gezond gebit.
Ad2: Neuromusculaire functies
Spiercontractie
Een andere rol van calcium is die in spiersamentrekking. Je spieren moeten samentrekken en ook weer ontspannen. Als je niet voldoende calcium hebt, kunnen je spieren verkrampen.. Dat lijkt een beetje een tegenstrijdige boodschap. Want normaliter spannen je spieren aan met calcium en ontspannen ze met magnesium. Hoe zit dat dan? Nou, dat je door een tekort aan calcium spierkrampen kunt krijgen, komt in zo’n geval vooral door de rol van calcium in je zenuwstelsel. Wanneer er te weinig calcium (hypocalciëmie) in je bloed zit, worden je zenuwcellen overgevoelig. Ze sturen dan spontaan signalen naar je spieren, waardoor deze onvrijwillig samentrekken. Dit zijn de meest voorkomende symptomen van een calciumtekort in je spieren:
- Spierkrampen en -spasmen: pijnlijke samentrekkingen die je niet onder controle hebt, vaak in de benen of rug;
- Tintelingen: een doof of prikkelend gevoel, meestal rond de mond of in de vingers/tenen;
- Spierspasmen in het gezicht: onwillekeurige trekkingen, vaak rond de mond;
- Tetanie: in ernstige gevallen kunnen spieren langdurig en pijnlijk verkrampt raken.
In een gezonde situatie zorgt calcium ervoor dat spieren samentrekken, inclusief het hart. Wanneer een zenuw een spier prikkelt, zorgt calcium ervoor dat spiervezels in elkaar schuiven.
Neurotransmissie
Je zenuwen moeten met elkaar praten, toch? Lijkt me wel handig als je je hand op een (te) warme kachel legt. Wellicht weet je ook dat tussen zenuwcellen een spleetje zit (synaps). Als zenuwen een boodschap aan elkaar moeten overgeven in nanoseconden, dan sturen ze een elektrische lading door de zenuw heen. Die elektrische lading wordt voor een deel geleverd door natrium, kalium, magnesium en chloride; allemaal elektrolyten. Echter, aan het einde van de zenuw zit ook een calciumkanaal. Zodra de stroom het calciumkanaal raakt, stroomt calcium klein blaasjes binnen waar neurotransmitters in zitten. Je kent die stofjes wel: serotonine, dopamine, noradrenaline, enzovoorts. Calcium zegt tegen deze blaasjes dat ze die stoffen moeten vrijgeven in de synaptische spleet. Die boodschapperstofjes zeggen tegen de volgende zenuw wat de bedoeling is.
Aan de andere kant van de spleet zitten weer receptoren die dit soort signalen oppakken. Wat is de functie van calcium in die zenuwoverdracht? Het fungeert als een soort lichtschakelaar. Calcium in je zenuwgestel werkt als een aan-uitknop. We kunnen met behulp van calcium die overdracht dus snel openzetten maar ook snel sluiten. Bij een tekort aan calcium kan dit zich vertalen in overprikkelde zenuwen, doordat signalen niet goed worden afgeremd, of juist slecht functionerende zenuwcommunicatie, doordat de overdracht van signalen tussen zenuwcellen verstoord raakt. Het kan dus op twee manieren fout gaan: slechte communicatie van zenuwen of juist overprikkelde zenuwen.
Ad3: Regulerende functies
Bloedstolling
Je hebt calcium nodig bij het stollen van het bloed na een verwonding, onder andere door de omzetting van protrombine naar trombine.
Second messenger
Calcium is een hormoon-signalerend molecuul. Men noemt het ook wel een secundaire boodschapper. Dit is een van de meest kritieke functies van calcium. Wat betekent dit? Op de oppervlakte van je cellen heb je hormoonreceptoren die uitsteken. Je kunt het ook zien als antennes of sensoren. Stel, er komt een hormoon langs je celwand, bijvoorbeeld oestrogeen. Dat meldt zich aan bij de receptor en zegt tegen de cel: ‘Hallo, ik ben ‘geland’ op je antenne om in de cel te gaan’. Dat eerste bericht aan de cel wordt doorgegeven aan de celkern door calcium. Dus calcium pikt het signaal op van de eerste messenger (in dit geval het hormoon) en brengt dat over naar je DNA als ontvanger. Net als een secretaresse bij een bedrijf die een bezoeker ontvangt en naar de directeur brengt. Daarom noemen ze calcium een second messenger (of tweede boodschapper). Dus als je een tekort aan calcium in je voeding hebt, zullen je hormonen niet zo goed werken. Nu is het niet zo dat dit een kwestie is van zwart of wit. Met andere woorden: je krijgt een verminderde respons op hormonen en dus geen totaal afwezige respons. Dit tweede-boodschapper-systeem heeft vooral effect op geslachtshormonen, zoals oestrogeen, progesteron en testosteron. Zonder calcium komt de boodschap van een hormoon in ieder geval niet of niet goed aan in je cel en heeft dit dus geen of minder effect op wat dit hormoon nu juist probeert te regelen.
4. Oorzaken van een tekort aan calcium
Laten we het nu hebben over wat eigenlijk een calciumtekort veroorzaakt.
Het is een ‘open deur’ dat je totale spijsverteringsstelsel van mond tot k*nt in orde moet zijn. Geen of te weinig maagzuur, problemen met darmen, allemaal redenen om niet voldoende calcium (en de rest) op te nemen. Mocht je dus problemen hebben met welke voedingsstof dan ook: laat naar je maag en darmen kijken!
Voeding
Denk eens na over wat je deze week precies hebt gegeten en gedronken. Hoeveel (niet bewerkte) verse groenten? Hoeveel goede zuivel? Hoeveel noten en zuidvruchten? Grote kans dat je tot de conclusie moet komen dat gezond eten er weer bij ingeschoten is. Geen tijd om te koken, samen hard werken om aan de financiële verplichtingen te voldoen, weinig te besteden (is geen echt argument). Gelukkig heb je nog kaas, yoghurt, kwark en melk (voor kinderen) tot je beschikking, want anders zou het voor menigeen knap lastig worden, vermoed ik.
Dieet met veel suiker en natrium
Veel suiker en met name veel natrium leidt tot problemen met calcium. Waarom? Door een hoge inname van natrium en suiker moet je veel plassen en daardoor raak je dus calcium kwijt via je nieren. Dat geldt ook voor ‘verborgen bronnen van natrium’ zoals MSG of mononatriumglutamaat (E 621). Als je dus na het gebruiken van dit E-nummer last hebt van kortstondige reacties als spierspanning, tintelingen en spierpijn of zelfs chronische spierpijn, dan zou deze consumptie bij jou wel eens indirect op een calciumtekort kunnen wijzen.
Koffie, thee, energiedrankjes en alcohol
Overmatige consumptie van koffie en thee leidt ook tot calciumexcretie via de urine. Dat komt door de cafeïne (of het synoniem theïne in thee). Die cafeïne zit dus ook ruimschoots in energiedrankjes. Het leidt allemaal tot hetzelfde: overmatige calciumuitscheiding via de nieren. Betekent dit dat je 's ochtends geen kopje koffie of thee mag drinken? Nee, natuurlijk niet. Het gaat hier alleen om mensen die de hele dag alleen maar koffie en/of thee drinken. Of in ‘Starbucks-hoeveelheden’.
Een andere op deze lijst is alcohol. Alcohol werkt enerzijds ook vocht afdrijvend (diuretisch), maar het ontzuurt ook de maag. Je hebt echter maagzuur nodig om calcium op te nemen.
Medicijnen
De belangrijkste reden voor een calciumtekort bij 2,8 miljoen mensen is het gebruik van maagzuurremmers. Daar zijn meerdere vormen/soorten van:
- Antacida: deze middelen werken op basis van calciumcarbonaat en/of magnesiumcarbonaat. Bekende merken zijn Rennies, Gaviscon en dat soort middelen;
- Protonpompremmers (PPI’s): deze middelen werken sterker dan antacida. Bekende merken/soortnamen zijn pantoprazol en omeprazol.
Met name bij die antacida lijkt er sprake te zijn van een paradox. Je remt de productie maagzuur niet met calciumcarbonaat, maar je neutraliseert het door de pH van je maag te verhogen. Je zou dan denken: ‘Oké, probleem opgelost. Ik heb een tekort aan maagzuur waardoor ik calcium uit de voeding niet kan opnemen, maar ik neem een maagzuurremmer met calcium en zo compenseer ik dat.’ Klinkt logisch, maar zo werkt het niet. Maagzuur zet calcium uit je voeding om in een oplosbare vorm. Bij een lage zuurgraad van je maag wordt calcium uit voeding, maar ook uit antacida veel slechter opgenomen. Als het calciumcarbonaat uit de Rennie in je maag terechtkomt, gaat de pH van je maag direct omhoog en stopt de absorptie van de rest van de tablet én uit je verdere voeding waardoor calciumopname steeds moeilijker wordt. Gebruik je deze middelen chronisch, dan kan er op lange termijn een tekort aan calcium (en magnesium en zink en koper en B12) ontstaan. Mocht je antacida gebruiken, dan is de beste manier om deze problemen te omzeilen calciumcitraat te nemen. Deze vorm heeft namelijk geen maagzuur nodig om opgenomen te worden.
Bij de sterkere protonpompremmers heb je zo weinig maagzuur, dat je per definitie op termijn een tekort aan calcium gaat oplopen. Let op: dit geldt dus niet voor kortdurend gebruik, zoals tijdens een zwangerschap. Een en ander geldt ook voor het chronisch gebruik van antihistaminica, vaak gebruikt bij hooikoorts of allergieën. Of zelfs medicijnen die worden gebruikt bij migraine (Sandomigran).
Ten slotte heb je nog bloeddrukverlagers uit de familie calciumantagonisten. Dan heb ik het over amlodipine, nifedipine, verapamil, barnidipine en diltiazem. Deze middelen worden vaak voorgeschreven bij hoge bloeddruk, kransslagaderlijden en soms bij ritmestoornissen. Zij remmen de instroom van calcium ín de cellen, dus hebben geen effect op de opname van calcium in het lichaam. De symptomen die bij het gebruik van deze medicijnen horen, zijn dan ook vooral van een andere aard.
Gebrek aan zon
Wat heeft dat nu met calcium te maken? Ik ga het je uitleggen. Weet je nog wat van de Engelse ziekte of rachitis? Dat was een botaandoening bij jonge kinderen die ontstaat door een ernstig tekort aan vitamine D en calcium. Wat die twee stofjes met elkaar te maken hebben, is eenvouding. Vitamine D heb je nodig om calcium uit je voeding op te nemen in je darmwand. Het meeste calcium wordt opgenomen in het laatste deel van je dunne darm (ileum) en wordt door vitamine D verhoogd met factor 20. Zonder genoeg zon heb je onvoldoende vitamine D. Zonder vitamine D heb je een grote kans op een tekort aan calcium. Zo ‘eenvoudig’ zit het in elkaar. Of nog iets preciezer: zonder vitamine D kan je lichaam wel een klein beetje calcium opnemen, maar dit proces is zeer inefficiënt en vaak onvoldoende om je botten en cellen gezond te houden. Met voldoende vitamine D nemen je darmen zo’n 30-40% van het calcium uit voeding op. In tijden van groei en/of zwangerschap kan dit zelfs oplopen tot 80%. Zonder vitamine D wordt slechts 15% van het calcium dat we eten, opgenomen. Het onderliggend proces is dat vitamine D in de actieve vorm de aanmaak van een transporteiwit in de darmen stimuleert met de naam calbindine. Heb je een tekort aan vitamine D, dan zijn er te weinig transporteiwitten om het aangeboden calcium door de darmwand te transporteren. Er is nog een andere relatie tussen vitamine D en calcium. Zo ‘vertelt’ vitamine D aan de darmen en nieren om calcium vast te houden of juist uit te scheiden. Zonder vitamine D heb je dus een slechte calciumhuishouding. Als je bloedwaarden calcium daardoor dalen, gaat je lichaam het calcium uit de botten halen. Want kost wat het kost moeten die bloedwaarden op orde blijven. Anders stopt je hart ermee.
‘Maar’, hoor ik je denken, ‘van de zon krijg je toch huidkanker?’ Dat is ook zo’n mythe waar niets van klopt. Het is hetzelfde als te zeggen dat je geen water moet drinken omdat je in water kunt verdrinken. Echte flauwekul dus. Als dat waar zou zijn, zouden vooral mensen die dagelijks buiten in de zon werken, zoals hoveniers of bouwvakkers huidkanker krijgen. Denk je dat dit klopt? Oké, verbranden in de zon is niet goed voor je. Maar verder is de zon heilzamer dan menigeen zich voor kan stellen. Ga dus vooral zelf de zon in en neem je (eventuele) kinderen mee. Insmeren met zonnebrandmiddelen is totaal overbodig. Mits je maar niet verbrandt.
Daarnaast lopen we een risico bij slechte eetgewoontes dat ons maag-darmkanaal minder zuur wordt. Idealiter is de pH in je dunne darm tussen de 6,5 en 7 voor de beste calciumopname; licht zuur dus. Door junkfood raakt die pH verstoord, krijgen we overgroei van gisten of E. coli in de darmen wat de darm nog verder alkalisch maakt (door het produceren van ammoniak). Daardoor raakt de opname van calcium verstoort, want calcium heeft juist een zure omgeving nodig om op te lossen. Door voldoende vitamine D wordt dit effect deels (!) gecorrigeerd.
Stress
Ernstige stress heeft een directe en negatieve invloed op je calciumhuishouding via het stresshormoon cortisol. Dit verstoort de balans op drie manieren:
- Verminderde opname in de darmen: Cortisol blokkeert indirect de opname van calcium uit je voeding. Zelfs als je calciumrijk eet, zorgt stress ervoor dat het mineraal minder goed vanuit je darmen in je bloedbaan terechtkomt;
- Verhoogde uitscheiding via de nieren: Stress zorgt ervoor dat je nieren meer calcium uitscheiden via de urine. Cortisol verhindert namelijk dat de nieren het calcium weer terugpompen in je bloedbaan;
- Roofbouw op de botten: Omdat je lichaam een stabiel calciumgehalte in het bloed nodig heeft voor je hart en zenuwen, gaat het bij een tekort (door slechte opname of hoge uitscheiding) calcium "lenen" uit je botten. Dit proces heet botresorptie en kan op de lange termijn leiden tot een lagere botdichtheid.
Cortisol doet dit om energieprioriteit te geven aan de afbraak van suiker, door vitamine D te blokkeren, door de aanmaak van het transporteiwit calbindine in je darmwand te frustreren en door voorrang te geven aan het handhaven van de zuurgraad van je bloed die door stress verhoogd is. Bij chronische stress blijven je cortisolspiegels hoog. Daardoor blijft je lichaam calcium uitscheiden via de nieren en de opname blokkeren. Wanneer stress je calciumgehalte in het bloed dus via dat mechanisme uiteindelijk verlaagt (uitplassen), worden je zenuwen – zoals eerder besproken - overprikkeld. Dit leidt sneller tot spiertrekkingen, tintelingen en krampen. Bovendien verbruikt je lichaam bij stress ook meer magnesium, waardoor de ontspanning van de spieren nog verder in het gedrang komt.
Te hoge pH-waarde van je bloed
De zuurgraad van je bloed moet rond de 7,35 tot 7,45 zijn. Je lichaam regelt dit met calcium. Zuurder bloed wordt meer basisch gemaakt met calcium. Dit vergroot de kans op osteoporose, want die calcium komt uit je ‘bottenmagazijn’. Wanneer het bloed te basisch is gaat je lichaam calcium juist binden aan eiwitten. Hierdoor daalt de hoeveelheid vrij beschikbaar calcium, wat kan leiden tot spierkrampen of tintelingen. Overigens wordt ook de werking van het parathormoon verstoord door een te hoge pH. Maagzuur speelt een sleutelrol in het behouden van een goede zuurgraad van je bloed. Daarnaast wordt die pH strak gereguleerd door je lichaam zelf. Te ingewikkeld voor deze blog.
Als je maar onthoudt, dat een tekort aan maagzuur leidt tot een tekort aan calciumopname uit voeding en vervolgens voor afgeleide problemen zorgt, waaronder osteoporose. En het omgekeerde geldt ook: te alkalisch bloed leidt tot problemen met het opnemen van calcium. De consequenties daarvan zijn staar (cataract), tandsteen, nierstenen, artritis en vreemde botuitgroei.
Afname oestrogeen
Tenslotte moet ik hier ook nog oestrogeen noemen. Als de niveaus gaan dalen bij menopauzale vrouwen, dan zie je dat de calciumopname uit voeding ook afneemt. Dat komt enerzijds doordat oestrogeen helpt om meer calcium via de darmen uit voeding op te nemen en anderzijds doordat oestrogeen de aanmaak van actieve vitamine D (calcitriol) stimuleert. Minder oestrogeen betekent dus minder calcium.
Hypothyreoïdie
Een te langzaam werkende schildklier kan leiden tot een calciumtekort. Dat komt voornamelijk doordat je schildklier calcitonine produceert, het hormoon dat een belangrijke rol speelt in het bewaken van je bloedwaarden calcium. Wordt het calciumgehalte in je bloed te hoog, dan zorgt calcitonine ervoor dat botafbrekende cellen (osteoclasten) worden geremd, je nieren meer calcium uitscheiden en je darmen minder calcium opnemen. Dan begrijp je direct wat de consequenties zijn als je schildklier te langzaam werkt.
5. Symptomen bij een tekort
Uit andere blogs weet je inmiddels wel dat symptomen de eerste signalen zijn van een mogelijk tekort aan iets. Doe je er niets mee of ga je medicijnen gebruiken om die symptomen te maskeren, dan krijg je na verloop van tijd ziekten. Je wordt bijvoorbeeld niet zomaar op een of andere dag wakker met osteoporose. Dus let vooral op de volgende symptomen die bij een tekort aan calcium kunnen horen:
- Krampen (’s nachts) in de spieren, met name in de voeten en kuiten;
- Stijfheid bij het uit bed komen, zodat je eerst moet uitrekken om te gaan bewegen;
- Vermoeide spieren
- ;Stijve spieren;
- Strakke spieren;
- Brandend gevoel in je spieren;
- Spiertetanie: een toestand van verhoogde prikkelbaarheid van het zenuwstelsel, wat leidt tot onwillekeurige, vaak pijnlijke spierkrampen, spasmen of spiertrekkingen;
- Lage rugpijn;
- Constipatie;
- Neusbloedingen;
- Zachte vingernagels;
- Koortslip;
- Snel verbranden in de zon;
- Netelroos;
- Koorts (calcium remt een overactieve immuunreactie);
- Regelmatig een hees stemgeluid;
- Chronische hoest;
- Prikkelbaarheid, angsten en geïrriteerdheid;
- Slapeloosheid of slaapproblemen;
- Brainfog en geheugenproblemen;
- Hoge bloeddruk;
- Hartritmestoornissen (ook door magnesium- of kaliumtekorten).
Ga je niet op zoek naar de grondoorzaken van bovenstaande symptomen, dan kun je ziekten ontwikkelen als:
- Osteoporose (alhoewel dit zeker niet alleen met calcium te maken heeft);
- Rachitis (bij kinderen) of osteomalacie (bij volwassenen) te herkennen aan doffe botpijn (vooral in de heupen en onderrug), spierzwakte en een verhoogd risico op botbreuken, meestal gekoppeld aan een laag vitamine D-gehalte;
- Darmkanker, met name aan de dikke darm;
- Nierstenen;
- Psychische problemen, waaronder depressies;
- Epileptische aanvallen.
Een paar symptomen of ziekten zullen mogelijk wat vragen oproepen. Daarom leg ik dat even uit.
Spiertetanie komt vaak voor in handen of voeten (distale spieren), maar kan het hele lichaam beïnvloeden. Zo kun je naast spierkrampen en spasmen ook tintelingen of een verdoofd gevoel rond de mond of in de handen/voeten hebben (paresthesie). Ook kunnen de spieren in je handen dusdanig verkrampen waardoor je handen in een bepaalde houding vast komen te zitten. Overigens zie je ook mensen met ‘zenuwtrekken’ in het gezicht, zoals we dat vaak in de volksmond noemen. Spiertrekkingen in het gezicht, overdreven knipperen met de ogen; het kunnen allemaal symptomen zijn van een tekort aan calcium (dat weer mede komt door een tekort aan vitamine D).
Darmkanker: er is een aantal studies die aantonen dat calcium voorkómt dat de cellen in de dikke darm verkeerd delen en zich ontwikkelen tot poliepen om zich vervolgens te ontwikkelen tot kankerverwekkende poliepen. Dus darmkanker is een van de ziektebeelden waarvan we weten dat chronisch calciumtekort daaraan kan bijdragen.
Nierstenen dan? Je denkt wellicht: ‘Nierstenen? Wacht eens even, dat zijn toch ophopingen van calcium?’ Ja, dat klopt. Het zit zo: bij een tekort aan calcium uit voeding haalt je lichaam calcium uit het ‘bottenmagazijn’. Dat komt vervolgens in je bloedbaan terecht en wordt in de nieren gefilterd, waar ook urine wordt gevormd. Tot zover niets vreemds. Maar dan komen we bij oxalaten. De meeste nierstenen bestaan namelijk uit calciumoxalaten; calcium gebonden aan oxalaat. We hebben al gezien dat oxalaten de opname van calcium in de darmen remmen door er zich aan te binden. Zolang dat in de darmen gebeurt, is dat prima, want daarmee blijven die vervelende oxalaten buiten de bloedbaan. Eet je echter te weinig calcium, dan worden die oxalaten niet gebonden aan calcium in de darm en passeren gemakkelijk de darmwand om in je bloedbaan terecht te komen. Daar zijn ze (voor zover bekend) nutteloos, dus je nieren proberen die oxalaten direct uit te scheiden. En laten ze nu calcium tegenkomen in de nieren! Zo ontstaan nierstenen onder andere.
Het advies voor mensen met een aanleg voor nierstenen is tegenwoordig dan ook: beperk niet het calcium, maar eet het juist samen met oxalaatrijke voeding. Dan raak je de oxalaten via de ontlasting kwijt. ‘Ho, ho’, denk je wellicht, ‘maar dan ontwikkel je toch alsnog een tekort aan calcium?’ Goed gezien, maar het klopt niet. Gelukkig is de hoeveelheid calcium uit voeding vele malen groter dan de hoeveelheid oxalaten. Dus al zou je elke dag oxalaten binnenkrijgen en via de ontlasting kwijtraken, dan nog blijft er genoeg calcium over voor je lichaam zelf. Voor de overgrote meerderheid is het innemen van (extra) calcium geen reden voor nierstenen. Overigens kun je ook een overschot aan oxalaat krijgen door ascorbinezuur (synthetische vitamine C).
Hoge bloeddruk: in de DASH-studies uit de jaren ’90 bleek dat calcium helpt bij het ontspannen van vaten. ‘Huh, maar spieren trekken toch juist aan door calcium? Dan leidt calcium toch tot een hogere bloeddruk?’ Scherp opgemerkt, maar het werkt toch weer iets anders. OP cellulair niveau laat calcium je spieren inderdaad samentrekken, of je het nu hebt over je hartspier of de gladde spiercellen in je bloedvaten. Dat is trouwens de reden dat calciumantagonisten (medicijnen) werken; ze blokkeren de instroom van calcium in de cellen waardoor vaten ontspannen. Echter, als je calcium via de voeding binnenkrijgt, stijgt het calcium buiten de cellen (in het serum) licht. Die extracellulaire calciumwaarde stabiliseert de celwand, waardoor de calciumkanalen in de celmembranen minder snel ‘lekken; of openen. Daardoor stroomt er minder calcium de cel in, wat leidt tot minder spiercontractie. Wonderlijk, toch?
6. Suppletie en doseringen
Hoeveel calcium hebben we per dag nodig? En halen we dat met ons dieet? Dat zijn belangrijke vragen.
Normale dosering
Voordat ik inga op milligrammen wil ik eerst de groepen benoemen die de meeste behoefte aan calcium hebben. Dat zijn in de eerste plaats kinderen! Kinderen groeien snel en hun skeletstructuren hebben veel calcium nodig. Je zult maar in een jaar tijd 10 centimeter groeien (pubers)! Of zelfs 25 centimeter (baby’s)! Daar heb je heel veel calcium (en nog veel meer) voor nodig. Vooral in de moderne wereld waarin zoveel kinderen suikerrijke voeding, verfijnde granen en bewerkte voeding eten, is een calciumtekort een serieus probleem. Kinderen zijn dus risicogroep nummer 1. Een tweede groep bestaat uit menopauzale vrouwen met een grote kans op osteoporose. En een derde groep: zwangeren. Tot slot noem ik nog mensen met al dan niet bekende darmproblemen of een lactose-intolerantie. Die moeten echt opletten.
Wat is nu een normale intake per dag? Volgens het Voedingscentrum is dat ongeveer 1000-1200 milligram per dag voor een volwassene.[2] De maximale intake is 2500 milligram per dag als aanvaardbare bovengrens. Dat lijkt heel wat, maar inmiddels weet je dat er totaal in ons lichaam 1 tot 1,2 miljoen milligram zit, waarvan 99% in ons skelet en gebit. Als je gezond bent, is je lichaam geen ‘lekkende emmer’ die elke dag leegloopt. Integendeel; het meeste calcium wordt gerecycled. Per dag verlies je slechts een fractie van je totale voorraad via urine, zweet of ontlasting. Pas als je jarenlang te weinig calcium inneemt, gaat je ‘bottenmagazijn’ leeglopen. Het wrange is dat je er pas jaren later achter komt dat je te weinig calcium hebt gegeten. Acute symptomen zijn zeldzaam, maar structureel te weinig groenten eten, berooft je van vitamine K2 dat je weer nodig hebt om calcium in je botten te stoppen. Bij suppletie moet je denken aan therapeutische doseringen van 1000-1200 milligram per dag. Een en ander hangt natuurlijk vooral af van je dieet. Neem je dagelijks zuivel en groenten, dan heb je veel minder nodig.
Toch is hiermee niet alles gezegd. Als ik mijn eigen dieet (gelukkig niet elke week) eens kritisch bekijk, dan weet ik zeker dat er dagen zijn waarop ik zeker onvoldoende calcium heb binnengekregen. Pasta, patat, pizza’s en Chinese maaltijden bevatten geen calcium. En verder dan af en toe een glas melk bij de lunch met wat kaas of een bakje yoghurt na de warme maaltijd kom ik soms ook niet. De moraal: hou eens een paar dagen bij wat je eet en zoek dan eens op hoeveel calcium daarin zat. Dan weet je of het zinvol is om af en toe calcium te suppleren. En zeker als je symptomen hebt. Mocht je overgaan tot suppleren, verspreid dan een hogere dosering over meerdere innamemomenten per dag.
Tests
Welke soorten tests kunnen worden gedaan om calcium te bepalen? Er is geen enkele test die alleen calcium kan meten. We weten immers dat de cellulaire waarden extreem laag zijn, dat bloedwaarden zich in een nauwe bandbreedte bewegen, dus wat moet je dan meten? In het geval van calcium gaat het over het meten van meerdere dingen die samen uitsluitsel geven over calcium.
a. Serum
Wat elke dokter doet, is het meten van de serumwaarden kalium, calcium, natrium en magnesium. Zoals gezegd heeft dit niet zoveel waarde, behalve om te detecteren of er problemen zijn met vitamine D, de bijschildklieren, de nieren, een alvleesklierontsteking of botkanker. Zinvol dus om te doen, maar niet om te bepalen hoe het echt met je calcium zit. We hebben het hier trouwens over hyper- en hypocalciëmie. Mochten er afwijkingen zijn, dan komt dat meestal door problemen met de bijschildklieren (parathormoon) wat weer direct gekoppeld is aan vitamine D.
b. Parathormoon
Een andere manier om naar je calciumstatus te kijken, is het meten van je parathormoon. Een hoog calciumniveau in je serum en een hoog parathormoon wijst meestal op een probleem met de bijschildklieren zelf. Een laag calciumniveau in je serum en een hoog parathormoon wijst vaak op een ernstig vitamine D-tekort of nierproblemen. Een hoog calcium en een laag parathormoon kan wijzen op botkanker of hypercalciëmie door een te hoog vitamine D-gehalte.
c. Lymfocytentest
Om de intracellulaire waarden te meten, kun je lymfocyten gebruiken. Die zitten immers in je bloed! Wanneer is dat zinvol? Ik heb net geschreven dat calcium een second messenger is, weet je nog? Zijn er dus problemen met hormonen, dan loont het zeker de moeite om naar calcium in de cel te kijken. Want zo’n lymfocyt leeft 6 maanden en geeft dus een goed beeld van de calciumstatus in de cellen. In de meeste gevallen hoef je deze test niet te doen.
d. Vitamine D-test
Dit is een eenvoudige bloedtest en kan zelfs met een vingerprik worden gedaan. Een laag vitamine-D-gehalte kan dus een marker zijn voor calciumtekorten (dat je dus niet in je bloed ziet).
Toxiciteit
Zijn er toxische symptomen bij een te hoge inname calcium? Ach, er zijn sommige inheemse stammen gevonden die grotendeels op melk leefden en wel 5.000 mg per dag binnenkregen zonder tekenen van toxiciteit te vertonen. Mocht je calcium suppleren en extreem moe worden, diepe lusteloosheid ervaren en een gebrek aan energie en motivatie hebben, dan is het raadzaam om ermee te stoppen, want dan werkt het contraproductief. Maar zonder deze verschijnselen, is het echt moeilijk om door te veel calcium te worden vergiftigd. Je hebt immers immense hoeveelheden in je lichaam zitten. Het enige dat je moet zien te voorkomen, is dat het calcium in je bloed blijft zweven en in zachte weefsels neerslaat. Dat doe je door vitamine K2-MK-7 erbij te nemen. Voor de volledigheid noem ik ook de symptomen van een teveel aan calcium, met name door niet ‘bio-available’ vormen:
- Angina pectoris (pijn op de borst bij inspanning);
- Hartritmestoornissen;
- Hoge bloeddruk;
- Vleesbomen en poliepen;
- Aderverkalking;
- Blaasproblemen, met name een luie blaas, nachtelijk plassen en incontinentie;
- Krampen;
- Botuitsteeksels en ‘bot op bot-gevoel’, waaronder ook knarsende geluiden bij beweging van gewrichten;
- Stenose;
- Staar;
- Jeuk;
- Netelroos;
- Constipatie;
- Vermoeidheid;
- Reflux;
- Slaapproblemen;
- Astma;
- Depressies, angstaanvallen;
- Gezwollen slijmvliezen in longen, darmen en sinussen;
- Virussen die uit remissie komen.
Uiteindelijk zijn al deze problemen terug te voeren op een tekort aan vitamine K2-MK7 waardoor overtollig calcium massaal op de verkeerde plekken terechtkomt. Om vitamine K2 op te nemen, moet je vetten eten. Doe je dit niet, dan heb je alsnog een probleem. En vitamine D dan? Als je daar een tekort aan hebt, zal je parathormoon overreageren. Dat noemen ze secundaire hyperparathyreoïdie.
Tenslotte moet ik ook nog bijnieruitputting door chronische stress noemen. Die uitgeputte bijnieren leiden weer tot gedoe met natrium en kalium en aldosteron. Ik laat het maar even rusten. Het is al zo complex. Een tekort leidt tot problemen, maar een overschot ook (en soms tot dezelfde problemen). Ga het maar eens ‘uitvogelen’!
Interactie met andere nutriënten
De belangrijkste interactie is dus met vitamine D en vitamine K2-MK7. Vitamine D verhoogt de absorptie met een factor 20 en vitamine K2-MK7 voorkomt dat het in je zachte weefsels gaat zitten. Daar moet ik nog wel iets over zeggen. Een tekort aan vitamine K1 uit groenten (voor bloedstolling) zorgt ervoor dat het lichaam K2 in de vorm van MK7 ‘kaapt’ om die bloedstolling toch op orde te houden. En juist K2-MK7 zorgt ervoor dat calcium niet in je aderen (aderverkalking) gaat zitten. Begrijp je nu dat structureel onvoldoende groenten eten tot aderverkalking en/of osteoporose gaat leiden?
Nog een andere relatie? Magnesium! Hoewel calcium en magnesium samenwerken voor sterke botten, zijn het ook elkaars tegenpolen (antagonisten). Bij de opname in de darmen concurreren ze met elkaar; op celniveau helpen ze elkaar. Calcium zorgt voor aanspanning van spieren; magnesium voor ontspanning. Calcium activeert zenuwcellen, terwijl magnesium een kalmerende werking op de overdracht van zenuwprikkels heeft. Veel enzymen die door magnesium worden geactiveerd, worden door calcium juist geremd. Ten slotte: als je ze tegelijk inneemt, kunnen ze elkaars opname in de darmen en de heropname in de nieren belemmeren. De ideale verhouding tussen de inname van calcium versus magnesium is 2:1. Oftewel: voor 1000 mg calcium heb je 500 mg magnesium nodig (als je geen tekort aan één van beiden hebt). Of je neemt ze gescheiden in.
Ook moet ik hier nog even omega-3 vetzuren noemen. Die helpen namelijk om calcium door de celmembranen te transporteren naar het cytoplasma. En er is ook nog een relatie met maagzuur (zink en B6), vitamine A, koper en boron (boor). Pffff.
Vormen
Er is een waslijst van verschillende producten en supplementen op de markt. Dus wat zijn de betere vormen? Dat hangt van het doel af; intracellulair of extracellulair.
Slechte vormen:
- Calciumcarbonaat: bevat weliswaar het hoogste gehalte calcium, maar wordt nauwelijks geabsorbeerd, heeft maagzuur nodig en kan sneller verstopping veroorzaken.
Goede vormen:
- Calciumhydroxyapatiet (HA, HAP of MCHA): een goede vorm, meestal gewonnen uit runderbotten;
- Calciumorotaat (calcium gekoppeld aan orootzuur): dit is de meest geschikte vorm om intracellulair calcium te verhogen, zelfs tot ín de mitochondriën. De beste vorm voor bot- en kraakbeenweefsels, hart- en bloedvaten (hartfalen!) en elasticiteit van bloedvaten. Vanwege de intracellulaire werking, zorgt deze vorm minder snel voor ongewenste verkalking van zachte weefsels;
- Calciumcitraat (calcium gekoppeld aan citroenzuur): de beste vorm voor mensen die maagzuurremmers gebruiken, last hebben van nierstenen of een maagverkleining hebben ondergaan. Veroorzaakt ook minder maag-darmklachten. Het nadeel van deze vorm is dat het minder elementair calcium bevat;
- Calciumbisglycinaat (calcium gekoppeld aan glycine): absorptie is niet afhankelijk van maagzuur en wordt via een andere route opgenomen in het lichaam. Erg maagvriendelijk en uitmuntende opname;
- Calciumfosfaat (calcium gekoppeld aan fosfor): deze vorm komt voor in zuivel en is handig omdat zowel calcium als fosfor een rol spelen in de botstructuur;
- Calciummalaat; calcium gekoppeld aan appelzuur: de beste vorm, omdat de absorptie nog beter is dan die van calciumcitraat en dus ook geschikt voor mensen met te weinig maagzuur. Daarnaast speelt appelzuur een rol in de citroenzuurcyclus, dus als je weinig energie hebt, is dit de beste vorm;
- Calcium uit rode algen: een natuurlijke, plantaardige vorm gewonnen uit gefossiliseerde rode algen. Bevat naast calcium ook magnesium en 72 andere spoorelementen, wat de opname en werking in de botten kan bevorderen. Opname is zeer goed.
Tenslotte zijn er nog zeldzame vormen, zoals calciumlactaat, calciumgluconaat en calciumfumaraat.
Contra-indicaties
Calcium interacteert met bepaalde medicijnen, zoals schildklierhormonen of sommige antibiotica. Houd minimaal 24 uur tussenruimte aan bij inname van deze medicijnen en een calciumsupplement. Een andere contra-indicatie is het hebben van nierproblemen. Normaliter reguleren je nieren de calciumniveaus in je bloed door of meer te resorberen of door juist meer te laten uitplassen. Heb je daarentegen een verminderde nierfunctie, dan is het raadzaam om niet zonder toezicht van je nefroloog calcium te suppleren.
Ook kunnen calciumsupplementen constipatie veroorzaken. Dat is een andere reden waarom je het in die calcium-magnesiumverhouding van 2:1 wilt innemen.
Samenvatting
Gelet op de hoeveelheid calcium in je lichaam, komt een tekort niet vaak voor. Eerder het tegendeel. Dat komt niet omdat we weinig calcium binnenkrijgen voor zover we zuivel en groenten eten, maar omdat we het niet goed opnemen door vitamine D-tekorten (vaak voorkomend) of niet op de goede plaats krijgen door een tekort aan vitamine K2-MK7 (ook vaak voorkomend). Is er bij jou osteoporose geconstateerd, neem dan vooral vitamine D en K in, samen met zuivel en groenten. Heb je problemen met je darmen (coeliakie of Crohn) let dan wel heel goed op de symptomen. Calciumsuppletie is voor zinvol voor de volgende mensen:
- Kinderen;
- Pubers in de groeispurt;
- Zwangeren;
- Mensen die langdurig maagzuurremmers (omeprazol/pantoprazol of Rennie) slikken;
- Ouderen met verminderde maagzuurproductie;
- Mensen met een diagnose osteoporose of osteomalacie;
- Mensen met een lactose-intolerantie die zuivel vermijden.
En als je dan suppleert, vergeet dan vooral geen vitamine K2-MK7! Want uiteindelijk zijn alle calciumproblemen terug te voeren op maagzuur, vitamine D, magnesium en vitamine K2. De gemiddelde huisarts die bij osteoporose calciumcarbonaat met vitamine D voorschrijft, heeft dus dringend bijscholing nodig.
Disclaimer
Medische informatie wordt alleen verstrekt als informatiebron en mag niet worden gebruikt of vertrouwd voor diagnostische of behandelingsdoeleinden. De informatie is niet bedoeld als patiëntenvoorlichting, creëert geen relatie tussen patiënt en orthomoleculair adviseur en/of INNR B.V. en mag niet worden gebruikt als vervanging voor professionele diagnose en behandeling. Raadpleeg uw zorgverlener voordat u beslissingen over uw gezondheid neemt of voor advies over een specifieke medische aandoening. INNR B.V. is niet aansprakelijk voor enige schade, verlies, letsel of aansprakelijkheid op welke manier dan ook geleden als gevolg van uw vertrouwen op de informatie uit dit document.