IJzer (1)

IJzer (1)

Ongeveer 1,2 miljard mensen hebben een tekort aan ijzer. Het is de meest voorkomende tekortkoming ter wereld en kan vermoeidheid, spier- en gewrichtspijn, hersenmist, duizeligheid, rusteloze benen, haaruitval en gewichtstoename veroorzaken. Het is eenvoudig te detecteren, maar de meeste artsen meten het onnauwkeurig. Dus als je te horen hebt gekregen dat je bloedwaarden normaal zijn, dan zou ik zeker deze blog goed lezen. Als je kinderen hebt, trouwens ook. Want regelmatig hoor ik ook ouders praten over hun kinderen die last hebben van spierpijnen, groeipijnen, rusteloze benen, niet kunnen slapen of zich niet kunnen concentreren. Allemaal symptomen van een mogelijk ijzertekort. Wat ook in deze blog aan bod komt, is het vaststellen van een ijzertekort. Daar is nogal wat mee aan de hand. IJzertekort mag dan de meest voorkomende tekortkoming ter wereld zijn, het is daarmee ook de meest gemiste tekortkoming. Dat komt niet in de laatste plaats doordat we wellicht naar de verkeerde markers kijken. Of die verkeerd interpreteren. Ik neem je mee in deze boeiende en grondige verkenning van een zeer belangrijk mineraal. De blog structureer ik in de volgende paragrafen:

  • De ontdekking van ijzer
  • Bronnen van ijzer
  • Functies van ijzer
  • Oorzaken van een tekort aan ijzer
  • Symptomen bij een tekort aan ijzer (volgende blog)
  • Suppletie en doseringen (volgende blog)

Aangezien de blog te lang is, bespreek ik de eerste vier paragrafen in deze blog met de titel ‘IJzer (1)’. De volgende twee komen aan bod in de blog ‘IJzer (2)’. Qua aantallen woorden zijn de blogs dan ongeveer even lang.

De ontdekking van ijzer

IJzer als metaal is natuurlijk al zo oud als de aarde zelf. Daar hoef ik niet veel woorden ‘aan vuil te maken’.  Veel spannender is de kwestie vanaf wanneer we ons bewust werden van ijzer in ons lichaam. Dat gaat al heel lang terug. Iedereen met enige kennis van de geschiedenis kent de ijzertijd wel. Dat was de periode na de steentijd en bronstijd. Beetje afhankelijk van waar je in de wereld woonde, was dat van 1200 voor Christus tot 700 voor Christus in Nederland en België. Intuïtief wist men al in de tijd van Hippocrates dat ijzer iets in het lichaam deed. Men gebruikte toen ijzervijlsel opgelost in wijn voor aandoeningen als ‘groenziekte’ of chlorose. Het werkte wel, maar niemand wist waarom. Daarvoor hadden we de ontdekking van de microscoop nodig. De Delftse lakenhandelaar Antonie van Leeuwenhoek maakte in 1670-1674 een van de eerste echt goede microscopen die tot wel 250 keer vergrootten. Vanaf 1674 zag hij als eerste mens op aarde levende bacteriën, bloedcellen en spermacellen. In 1713 constateerden de wetenschappers Louis Lemery en Claude Joseph Geoffroy dat er ijzer overbleef in de as van verbrand bloed. Dat was de eerste duidelijke link tussen het lichaam en ijzer.

Ik maak nu een grote sprong, want pas in de jaren 1931-1932 werd onomstotelijk vastgesteld dat ijzer door het lichaam wordt gebruikt voor de synthese van hemoglobine (Hb). De biologische functie van ijzer, het transporteren van zuurstof via rode bloedcellen naar de cellen, werd toen pas definitief ontrafeld. Uiteindelijk bereikte de kennis zijn hoogtepunt door de ontdekking van hepcidine in 2001 als centrale regulator voor de ijzerhomeostase en in 2019 de hypoxie-geïnduceerde factor die nauw verbonden is met het ijzermetabolisme. Allemaal moeilijke begrippen die ik in het vervolg van deze blog zal proberen uit te leggen. Wat we in ieder geval kunnen vaststellen, is dat ijzer onmisbaar is voor onze gezondheid en dat de kennis over ijzer kennelijk nog steeds tot nieuwe ontdekkingen leidt. Minimaal een reden om bescheiden te blijven en niet te denken dat we met het simpel vaststellen van wat parameters de complexe biologie kunnen doorgronden.

IJzer in ons lichaam

Van de micromineralen (ook wel sporen genoemd) is ijzer veruit het meest aanwezige sporenmineraal (macromineralen uitgezonderd), vóór zink en koper en andere sporenelementen. In ons lichaam treffen we ongeveer 4 gram ijzer aan (zink 2-3 gram en koper 75-100 mg), grotendeels ingebouwd in hemoglobine voor zuurstoftransport. En dan komt het bijzondere: ons lichaam recyclet ijzer! Dus eerst maar weer een lesje verwondering.

  • Een gezonde volwassene heeft in totaal ongeveer 20-30 biljoen (20 of 30 met twaalf nullen) rode bloedcellen. Dat betekent dat ongeveer een kwart van je totale aantal cellen uit rode bloedcellen bestaat;
  • Hemoglobine is het grote, complexe eiwit dat in die rode bloedcellen verpakt zit;
  • Eén rode bloedcel bevat ongeveer 270 miljoen moleculen hemoglobine (Hb);
  • Elk hemoglobinemolecuul bevat op zijn beurt exact vier eiwitketens (globines). Elk van deze vier ketens heeft in het centrum een speciale holte waarin precies één heemgroep ligt ingebed;
  • Per heemgroep zit in het midden één ijzeratoom. Dit ijzeratoom is de daadwerkelijke plek waar een zuurstofmolecuul zich aan bindt. Omdat een hemoglobinemolecuul vier heemgroepen heeft, kan het in totaal vier zuurstofmoleculen vervoeren;
  • Een rode bloedcel met 270 miljoen hemoglobinemoleculen met 1,08 miljard heemgroepen kan dus 1,08 miljard moleculen zuurstof transporteren;
  • Als je het gemiddelde aantal rode bloedcellen (25 biljoen) vermenigvuldigt met 270 miljoen hemoglobinemoleculen per bloedcel maal het aantal heemgroepen (4) dan krijg je de volgende uitkomst:
    • 27 triljard heemgroepen (een 27 met 21 nullen erachter);
    • 27 triljard ijzeratomen;
    • 27 triljard zuurstofmoleculen (O2);
    • 54 triljard zuurstofatomen (O) op dit moment in je bloed.

Met de voorgaande wetenschap van 4 gram ijzer in het hele lichaam en het feit dat zo’n 65-70% van dat ijzer zich in ons bloed bevindt, kom je dus op ca. 2 gram ijzer in je bloed. Dat is vergelijkbaar met een klein ijzeren spijkertje van 3 centimeter lang! En de resterende 1 tot 2 gram dan? Die zit verdeeld over drie ‘hoofdmagazijnen’, gekoppeld aan het eiwit ferritine.

  • De opslag in organen (ca. 1300 mg):
    • De lever (het ‘magazijn’);
    • De milt (de ‘recyclingmachine)’;
    • Het beenmerg (de ‘productiehal’ van bloedcellen);
  • De opslag in de spieren in de vorm van myoglobine (ca. 300 mg) dat sterk lijkt op hemoglobine, maar ‘ter plaatse’ snel zuurstof afgeven bij zware inspanning van je spieren;
  • Cellulair ijzer in je cellen en dan met name in de mitochondriën. Daar is ijzer onmisbaar om energie te produceren (cytochroom-eiwitten en ijzer-zwavelclusters) in de mitochondriën zelf en is het nodig om DNA te kopiëren en te repareren.

IJzer zit dus in iedere cel van je lichaam! Ik weet niet hoe het jou vergaat na het lezen van dit stukje, maar ik ben een en al verwondering en vol enthousiasme over deze kennis. Indrukwekkend!

IJzer in de baarmoeder

Hoe komt nu een ‘mens in wording’ in de baarmoeder aan ijzer? Interessant om te weten, is dat de baby niet letterlijk het bloed van de moeder krijgt, maar dat het bloed van de moeder en dat van de baby vlak langs elkaar stromen in de placenta, zonder direct te mengen. Speciale transporteiwitten op de placenta halen het ijzer heel actief uit het moederlijk bloed.[1] Dat transport van ijzer gaat altijd van de moeder naar het kind en niet andersom. De placenta pompt het ijzer actief naar de baby toe, zó krachtig dat de baby zelfs ijzer blijft opeisen als de moeder zelf al een ijzertekort heeft.[2] In de laatste drie maanden van de zwangerschap draait dit transport op volle toeren. De baby bouwt dan zo’n grote voorraad ijzer in de lever op dat hij of zij na de geboorte genoeg ijzer heeft om de eerste vier tot zes maanden te overbruggen. Dat is maar goed ook, want moedermelk bevat van nature heel weinig ijzer.

Terzijde: je vraagt je misschien af waar dat bloed van de ongeboren baby dan vandaan komt. Dat is al een wonder op zich:

  • In week 3 tot 7 ontstaan de allereerste bloedcellen in de dooierzak, een tijdelijke structuur buiten het embryo;
  • Vanaf week 6 tot de geboorte nemen de lever en de milt de bloedproductie over. Met name de lever is tijdens de zwangerschap de belangrijkste bloedfabriek;
  • Vanaf maand 5 zijn de botten van de baby voldoende ontwikkeld en verhuist de bloedproductie naar de holtes in de botten (beenmerg), net als bij jou en mij.

Nog een wonder dan? Hoe komt het ongeboren kind dan aan zuurstof? Dat proces verloopt via een ingenieus uitwisselingssysteem, eveneens in de placenta. Het zuurstofrijke bloed stroomt vlak langs het bloed van het kind. Omdat de baby een speciaal type foetaal hemoglobine heeft in de bloedcellen dat een veel sterkere aantrekkingskracht op zuurstof heeft dan het bloed van de moeder, ‘zuigt’ de baby als het ware de zuurstof direct uit het moederlijk bloed. Via de navelstreng komt dit zuurstofrijke bloed dan in het lichaam van de baby. Voor de retourstroom koolstofdioxide (CO₂) geldt hetzelfde principe. Als je nog steeds gelooft in een oerknal….?

Maar hoe komen wij aan ijzer? Hoeveel hebben we nodig? Wat voor vormen? Hoe gaat de opname? Nog veel stof om te bespreken, dus tijd voor het volgende onderwerp: de bronnen van ijzer.

Bronnen van ijzer

In onze voeding treffen we twee soorten ijzer aan: organisch heemijzer in dierlijke en anorganisch non-heemijzer in plantaardige voeding. Heemijzer wordt vele malen beter (25%) opgenomen dan non-heemijzer (1-10%). Daarbij komt ook nog dat dierlijke producten veel meer ijzer bevatten dan plantaardige producten. Kijk maar eens naar de opsomming:

  • Mosselen en oesters per 100 gram: 5,5 mg heemijzer;
  • Runderlever per 100 gram: 5,5 mg heemijzer;
  • Runderbiefstuk per 100 gram: 4 mg heemijzer;
  • Linzen en peulvruchten per 100 gram: 3 mg non-heemijzer;
  • Appelstroop per portie van 20 gram (1 besmeerde boterham: 2,5 mg non-heemijzer;
  • Volkorenbrood per 2 sneetjes: 1,2 mg non-heemijzer.

Dus bij dierlijke producten zijn rood (orgaan-)vlees, mosselen en oesters de ‘ijzerbommen’.  Bij plantaardig ijzer gaat het vooral om linzen, want daar eet je gerust 200 gram per maaltijd van op. Het probleem bij non-heemijzer is echter de slechte absorptie. Laten we dat gelijk maar even bespreken.

Opname van ijzer

Het structurele verschil tussen heemijzer en non-heemijzer zit hem in het feit dat heemijzer ‘ingepakt’ zit in een organische ring (uit dierlijk hemoglobine/myoglobine). Door die ‘verpakking’ kan heemijzer via een eigen route (HCP-1) direct de darmcel in worden getrokken. Binnen de darmcel wordt het ijzer losgemaakt uit de ring en wordt het Fe2+-vorm (ferro-vorm). Je moet namelijk weten dat ijzer uit voeding alleen de darmwand kan passeren in deze Fe2+-vorm. Dierlijk ijzer heeft die vorm dus al.

Plantaardig ijzer heeft van nature een FE3+-vorm (ferri-vorm), maar die gaat niet vanzelf door de darmwand. Daarvoor moet die vorm worden omgezet in Fe2+ om de darmwand te kunnen passeren. Daarvoor heb je vitamine C en/of de hulp van een darmenzym (DcytB) nodig. Eenmaal dóór de darmwand, komt dus zowel dierlijk als plantaardig ijzer als Fe2+ in de bloedbaan terecht en moet worden getransporteerd en opgeslagen. Voor dat transport en opslag heb je koper nodig. Want zodra ijzer de darmwand passeert moet het weer worden omgezet in Fe3+. Dat doen de enzymen hephaestine (in de darmen) en ceruloplasmine (in het bloed) die afhankelijk zijn van koper.[3] Eenmaal terug in de Fe3+-vorm gaat ijzer met behulp van het transporteiwit transferrine naar de opslag in de lever en milt. In deze organen wordt ijzer gekoppeld aan het eiwit ferritine. 

Eenmaal opgeslagen in de lever of de milt (ferritine) moet het ijzer weer worden vrijgegeven als het lichaam dat nodig heeft. Daarvoor heb je opnieuw koper nodig. Bij een tekort aan koper kan er een vorm van bloedarmoede (anemie) ontstaan die niet reageert op extra ijzersupplementen, simpelweg omdat het ijzer niet getransporteerd kan worden naar andere cellen.[4] Het zit gevangen in de opslag.

Ik zet het even op een rijtje voor je:

  • Fe3+ moet eerst worden omgezet in Fe2+om de darmwand te passeren. Vitamine C zorgt hiervoor;
  • Fe2+ wordt direct opgenomen door de darmwand;
  • Er passeert dus alleen Fe2+ door de darmwand;
  • Eenmaal in het bloed wordt Fe2+ direct weer omgezet in Fe3+ met behulp van koperhoudende enzymen (hephaestine en ceruloplasmine) om getransporteerd te worden met transferrine naar de opslagplaats ferritine. Om ijzer in het ferritinemolecuul te krijgen, moet het opnieuw worden aangepast naar Fe2+ om in de cel te komen. Het ferritine zet het ijzer opnieuw om in Fe3+;
  • Bij vrijgave uit de opslag is er opnieuw koper nodig om Fe3+ weer om te zetten in Fe2+ om door het poortje (ferroportine) te komen. Zodra het door het poortje van de opslagcel is gegaan, wordt het opnieuw omgezet naar Fe3+ en aan transferrine gekoppeld;
  • Fe3+ die niet wordt omgezet naar Fe2+ blijft hangen in darm- of levercellen. Door een tekort aan koper ontstaat er een opstopping van ijzer. Je hebt dan ijzertekort in je bloed en een ijzeroverschot in je cellen (ijzerstapeling).

Samengevat kun je stellen dat de universele biologische wet voor ijzer is, dat reizen door de bloedbaan en opslag in het ferritine-eiwit altijd gebeurt in de Fe3+-vorm en dat het passeren van poorten en membranen als ferroportine altijd in de Fe2+-vorm plaatsvindt.

Functies van ijzer

Sowieso geldt dat ijzer een rol speelt als cofactor bij zo’n tweehonderd enzymen (maar wellicht veel meer). Laten we eens wat functies bespreken.

Zuurstoftransport

Iedereen is er wel van op de hoogte dat je ijzer nodig hebt om zuurstof te transporteren. Als je een absoluut tekort aan ijzer hebt, kunnen je rode bloedcellen niet voldoende zuurstof transporteren en heb je ijzeranemie. Wat velen niet weten, is dat ijzer gedurende het hele proces van de aanmaak en rijping van rode bloedcellen onmisbaar is. Zonder ijzer loopt de productie van de cellen in het beenmerg vast. Dus je hebt ijzer zowel nodig om de vrachtwagens van de zuurstof te maken (rode bloedcellen dus) als om er vervolgens zelf op mee te rijden. Bij een ijzertekort maakt het lichaam veel minder en kleinere rode bloedcellen aan (microcytose), te herkennen aan een afwijkend MCV (gemiddeld celvolume of gemiddelde grootte van je rode bloedcellen) en een afwijkend RDW (de variatie in grootte tussen de rode bloedcellen onderling).

Je krijgt dan grofweg de volgende opties:

  1. Laag MCV + hoog RDW: klassiek patroon voor ijzertekort;
  2. Laag MCV + normaal RDW: genetisch bepaald of thalassemie;
  3. Hoog MCV + hoog RDW: tekort aan B11/B12;
  4. Normaal MCV + hoog RDW: beginnende afwijkingen door of ijzer of B11/B12.

Energieproductie

We weten dat ijzer een rol speelt bij de energieproductie in de mitochondriën. Zonder ijzer geen ATP, oftewel energieproductie. Als je de blog over vermoeidheid hebt gelezen, dan weet je dat ijzer een rol speelt bij cytochroom C. Cytochroom C is een klein, in water oplosbaar eiwit in de mitochondriën en dus een essentieel onderdeel van de ademhalingsketen in de cellen. Zonder ijzer kan cytochroom C zijn werk niet doen. Het eiwit bevat net als hemoglobine een heemgroep met in het centrum ervan een ijzeratoom. Door continu van chemische vorm te veranderen, helpt het elektronen door te geven tussen de complexen. Bij een tekort stokt de elektronenstroom en daalt de ATP-productie drastisch. Dat is dus de reden dat mensen met een ijzertekort vermoeid raken bij een minimale inspanning, verzuurde benen krijgen en zelfs problemen met het hart kunnen krijgen. Want juist de hartspier en de skeletspieren haperen als eerste bij een ijzertekort.

DNA-synthese en celgroei

IJzer heb je nodig om cellen te laten groeien, te laten delen en te repareren. Ook heb je het nodig voor de enzymen die de letters van ons DNA maken, kopiëren en controleren. Bij een ijzertekort kun je geen nieuw DNA maken dat je nodig hebt om nieuwe cellen te maken (als vervanging van oude). Zonder ijzer werkt de ‘kopieermachine’ dus niet goed meer. Ook voor de reparatie van je DNA heb je ijzer nodig. Omdat ijzer zo diep verweven is met DNA-synthese, zie je bij een ijzertekort als eerste problemen ontstaan in weefsels waarin cellen zich snel moeten delen, zoals in het beenmerg (bloedcellen), de slijmvliezen in de darmwand, de mond en de haarzakjes. De symptomen die hierbij horen zijn: haaruitval, broze nagels en een pijnlijke tong.

Hersen- en zenuwfunctie

We weten ook dat je ijzer nodig hebt voor gezonde zenuwen. IJzer ondersteunt myelinisatie, het aanmaken van de beschermende, isolerende vetlaag rond zenuwvezels. Ook is het mineraal onmisbaar bij de aanmaak van neurotransmitters.

Immuunsysteem

Je B-cellen en T-cellen functioneren beter met behulp van ijzer. Daardoor behoud je een gezonde immuunrespons. Een laag ijzergehalte kan het risico op een infectie dus verhogen.

Spierfunctie

In je spieren zit een eiwit met de naam myoglobine; het zusje van hemoglobine. Het heeft dezelfde functie: zorgen voor zuurstof op de plaats waar je het nodig hebt. En aangezien je spieren niet altijd kunnen wachten op zuurstof via het bloed, heb je voor acute reacties myoglobine dat voor de snelle zuurstofbehoefte zorgt, bijvoorbeeld als je ineens opzij moet springen voor een auto.

Zoals je dus ziet, leidt een ijzertekort tot veel meer effecten dan alleen ijzeranemie en zuurstofvoorziening, omdat het betrokken is bij het metabolisme, de spierfunctie, het functioneren van het zenuwstelsel en de psyche en zelfs het immuunsysteem.

Oorzaken van een tekort

Veel Amerikaanse en Europese artsen denken dat een absoluut ijzertekort zeldzaam is. Maar schijn bedriegt.

Prevalentie ijzertekort in de wereld

In een fantastische review uit 2025 van Servische wetenschappers kunnen we de volgende cijfers halen:

  • Bijna 2 miljard mensen wereldwijd hebben een tekort aan ijzer;
  • Meer dan 1,2 miljard mensen hebben door ijzer veroorzaakte bloedarmoede (anemie);
  • Ca. 30% van deze bloedarmoede komt voor bij niet-zwangere vrouwen, ca. 37% bij zwangere vrouwen en ca. 40% bij kinderen onder de vijf jaar;
  • Verdeeld over de aarde zien we de volgende pieken:
    • > 60% van de kinderen met anemie wonen in ontwikkelingslanden;
    • > 72% van de kinderen met anemie wonen in kwetsbare regio’s;
    • > 20% van de zwangeren met ijzertekorten wonen in Amerika;
    • > 30,5% van de kinderen in Amerika hebben ijzertekorten;
    • 40-55% van de Europese vrouwen in de vruchtbare leeftijd hebben een lage of geen voorraad ijzer, blijkt uit een studie in 15 Europese landen.

Opvallend is ook dat ijzergebreksanemie (in de volksmond ‘bloedarmoede’ genoemd) niet hetzelfde is als een ijzertekort. Dat zijn dus wezenlijk verschillende dingen. Een ijzertekort kan energie, cognitie, immuniteit, slaap en prestaties aantasten vóórdat je hemoglobine wordt aangetast.

In een recent gepubliceerde studie in JAMA Network Open (2024) onder 8.021 volwassenen in de Verenigde Staten heeft men becijferd dat 14% van de Amerikaanse volwassenen een absoluut tekort aan ijzer had en 15% een functioneel tekort; samen 29%![5] Functionele ijzerdeficiëntie komt bij bijna alle groepen vaker voor dan absolute ijzerdeficiëntie, behalve bij vrouwen jonger dan 50 jaar. Bovendien komt ijzertekort veelvuldig voor, zelfs wanneer er geen sprake is van bloedarmoede, hartfalen of chronische nierziekten. Het verschil tussen beide cijfers? Als je een absoluut tekort hebt, dan is er domweg te weinig ijzer voorhanden. Bij een functioneel tekort is er wel ijzer, maar je lichaam kan het niet gebruiken. Hoe kom je dan aan een functioneel tekort?

We gaan door naar de eerder gestelde vraag: ‘Als we ijzer recyclen, waarom hebben we dan ijzer nodig of waarom kan er dan sprake zijn van bloedarmoede door ijzertekort?’ Hier komen de cijfers opnieuw:

  • Gemiddeld krijgen we 10-20 mg ijzer per dag binnen via ons dieet;
  • Daarvan wordt slechts 1-2 mg per dag opgenomen via de darmen;
  • We recyclen ongeveer 25 mg per dag uit oude rode bloedcellen in de milt;
  • We verliezen per dag via de huid, slijmvliezen (met name van de darmen), zweet, urine, gal en ontlasting zo’n 1,5 milligram.

Bij een normaal dieet met vlees en groenten zouden we dus geen ijzertekort kunnen oplopen. En toch hebben velen kennelijk te weinig ijzer. Omdat we ijzer grotendeels recyclen moet dat dus komen door een te lage inname, opname of door een te hoog verbruik of verlies.

Te lage inname

  • Veganistische en vegetarische diëten leveren alleen het moeilijk opneembare non-heemijzer;
  • Caloriebeperkend dieet.

Te lage opname

  • Gebrek aan maagzuur of het gebruik van maagzuurremmers als Omeprazol/Pantoprazol.[6] Het risico op een ijzertekort stijgt met 76%.[7] Je hebt namelijk maagzuur nodig om ijzer los te maken uit voeding;
  • Andere problemen met de maag, waaronder gastritis of een maagverkleining;
  • Medicijngebruik:
    • NSAID’s (ibuprofen, naproxen, diclofenac);
    • Aspirine (acetylsalicylzuur), ook in lage doseringen;
    • Bloedverdunners (warfarines, DOAC’s, heparine);
    • Breedspectrum antibiotica (amoxicilline, ciprofloxacine, doxycycline);
    • Steroïden (prednison, hydrocortison, dexamethason al dan niet in de vorm van puffers en zalven);
  • Fytinezuur uit volkoren granen, peulvruchten, noten en zaden blokkeert de opname van ijzer met wel 50%;
  • Polyfenolen/tannines uit wijn, koffie en thee, maar ook in groenten, fruit en bepaalde granen en peulvruchten frustreren de ijzeropname;
  • Overmatig gebruik van calcium;
  • Te weinig vitamine C in combinatie met non-heemijzer;
  • Chronische ontstekingen;
  • Slechte darmen, al dan niet door coeliakie, colitis ulcerosa of de ziekte van Crohn;
  • Malabsorptie door alcoholgebruik, lever-, gal- of alvleesklierproblemen en vitamine B-tekorten;
  • Glutenintolerantie (46% had een ijzertekort);
  • Gebrek aan koper!

Te veel verlies

  • Parasitaire infecties, die zorgen voor occult bloedverlies;
  • Occult bloedverlies door problemen in de maag of dunne darm, te herkennen aan zwarte ontlasting;
  • Bloedverlies vanuit de dikke darm, meestal te zien als vers bloed;
  • Bloedverlies door slechte vaten, donorschap of operaties;
  • Menstruaties.

Over het algemeen zie je dat bloedarmoede bij mannen zeldzaam is. Als dit het geval is, is er sprake van (verborgen) bloedverlies, van infecties of van problemen met de aanmaak van rode bloedcellen zelf in het beenmerg.

Menstruaties

Bij vrouwen is ijzertekort in de vruchtbare leeftijd echter een groot probleem. Laat ik dit eerst goed uitwerken, want dit is voor vele vrouwen het belangrijkste onderwerp van deze blog.

Eerst maar even de feiten:

  • Een westerse vrouw menstrueert gemiddeld 400-450 keer vanaf de eerste menstruatie tot de laatste (zonder gebruik van anticonceptiemiddelen);
  • De schatting is dat vrouwen vroeger in hun hele leven slechts 50-160 keer menstrueerden, mede door meer zwangerschappen en langdurige borstvoeding. Ook speelden een lage calorie-inname, zwaar fysiek werk en periodes van schaarse of slechte voeding een rol. Bovendien was de gemiddelde leeftijd lager;
  • Per menstruatiecyclus verliest een vrouw 40 ml bloed en bij hevige menstruaties 80 ml bloed;
  • In haar hele leven verliest een vrouw met een normale menstruatie dus 16-18 liter bloed;
  • Een vrouw met hevige menstruaties verliest 32-36 liter puur bloed;
  • Bloed bevat bij een Hb van 8 zo’n 0,45 mg ijzer per milliliter;
  • IJzerverlies bij een normale menstruatie: 40 x 0,45 = 18 milligram ijzer;
  • IJzerverlies bij een hevige menstruatie: 80 x 0,45 = 36 milligram ijzer.

Bij menstruaties loop je dus aan tegen een ‘jojo-effect’.  Eerst verlies je bloed, vervolgens ben je anemisch. De volgende twee weken probeert je lichaam weer te herstellen door ijzer uit voeding te halen en rode bloedcellen aan te maken. Maar tegen de tijd dat je begint met de aanmaak, ben je al aan je volgende menstruatie toe. Zo herstel je dus nooit van je ijzertekort. Met name is dit probleem te herkennen aan symptomen als prikkelbaarheid, stemmingswisselingen, somberheid, angst, huilbuien, pijnlijke of gezwollen borsten, hoofdpijn, migraine, vermoeidheid en een veranderde stoelgang.

Gelet op de wetmatigheden over ijzer die ik hierboven al beschreef, kom ik dan tot de volgende rekensom:

  • Scenario’s bij gemiddelde menstruaties:
    • Bij 1 mg opname, 1,5 mg verlies per dag en 18 mg verlies door menstruatie: 32 mg netto ijzerverlies per maand;
    • Bij 2 mg opname, 1,5 mg verlies per dag en 18 mg verlies door menstruatie: 4 mg netto ijzerverlies per maand;
  • Scenario’s bij hevige menstruaties:
    • Bij 1 mg opname, 1,5 mg verlies per dag en 36 mg verlies door menstruatie: 50 mg netto ijzerverlies per maand;
    • Bij 2 mg opname, 1,5 mg verlies per dag en 36 mg verlies door menstruatie: 22 mg netto ijzerverlies per maand.

Dat zijn best wel schokkende cijfers, vind ik zelf. Want 1-2 mg ijzer per dag binnenkrijgen, is al een uitdaging. Vervolgens moet je over goede darmen beschikken, vitamine C gebruiken voor de opname van non-heemijzer en in het gunstigste geval eindig je met 4 milligram ijzertekort per cyclus en in het slechtste geval met 50 milligram nettoverlies. Intussen begin ik steeds beter te begrijpen waarom vrouwen in de vruchtbare leeftijd zo kwetsbaar zijn op psychisch en lichamelijk gebied.

IJzerslot door (chronische) ontstekingen

Een andere reden voor een tekort is de aanwezigheid van (chronische) ontstekingen, zoals bij reuma, nieraandoeningen, darmziekten of langdurig overgewicht. Die ontstekingen (af te leiden uit CRP) creëren het zogenaamde ‘ijzerslot’. Bij ontstekingen stijgt het hormoon hepcidine. Dat blokkeert opname in de darmen en blokkeert eveneens ijzerafgifte uit de voorraden. Het gevolg is dat de bloedbaan leegloopt qua bruikbaar ijzer, terwijl de magazijnen vol zitten (hoog ferritine). In zo’n geval moet een arts het ijzerslot omzeilen door óf de ontsteking te behandelen óf intraveneus ijzer toe te dienen, want daarmee omzeil je de darmroute en de recyclingroute.

We weten dus nu wat de belangrijkste redenen zijn voor een ijzertekort. Voor nu wellicht voldoende. Maar als je nieuwsgierigheid gewekt is en je kunt nog meer informatie gebruiken, ga dan direct naar de tweede blog over ijzer.

Disclaimer

Medische informatie wordt alleen verstrekt als informatiebron en mag niet worden gebruikt of vertrouwd voor diagnostische of behandelingsdoeleinden. De informatie is niet bedoeld als patiëntenvoorlichting, creëert geen relatie tussen patiënt en orthomoleculair adviseur en/of INNR B.V. en mag niet worden gebruikt als vervanging voor professionele diagnose en behandeling. Raadpleeg uw zorgverlener voordat u beslissingen over uw gezondheid neemt of voor advies over een specifieke medische aandoening. INNR B.V. is niet aansprakelijk voor enige schade, verlies, letsel of aansprakelijkheid op welke manier dan ook geleden als gevolg van uw vertrouwen op de informatie uit dit document.

 


Terug naar blog