In deze blog gaan we verder met ijzer. Als je de eerste blog pittig vond, dan zal deze blog je wellicht meevallen. Hier gaat het vooral om het herkennen van ijzertekorten en sta ik uitgebreid stil bij suppletie en doseringen. Het meest controversiële punt in deze blog is de rol van ferritine als marker voor de ijzervoorraad. Wat ik in deze blog ook heb gedaan, is het plaatsen van linkjes naar video’s en podcasts in de voetnoten. Als je tijd hebt, zou ik daar zeker even naar kijken of luisteren.
We gaan dus weer verder met onze reis door ‘ijzerland’. In de eerste blog over ijzer ging het over de ontdekking, bronnen, functies en oorzaken van een tekort van dit fascinerende mineraal. Nu gaan we verder met de twee laatste paragrafen:
- Symptomen van een tekort
- Suppletie en doseringen
Symptomen van een tekort
Een belangrijk punt bij dit onderwerp is dat je symptomen van een ijzertekort kunt hebben, voordat je hemoglobinegehalte gaat dalen. Over welke symptomen heb ik het dan?
- Hoofdpijn (door een tekort aan zuurstof in de hersenen);
- Hersenmist;
- Cognitieve achteruitgang;
- Vermoeidheid/gebrek aan energie;
- Slechte slaap;
- Depressiviteit;
- Angststoornissen;
- Slaapstoornissen;
- Geheugenproblemen;
- Hartkloppingen & hartfalen;
- Kortademigheid bij geringe inspanning;
- Spier- en gewrichtspijn;
- Droge huid, met name gebarsten lippen, maar ook aan handen en voeten;
- Scheurtjes in de mondhoeken (cheilitis angularis);
- Nagels met een lepelvormige deuk;
- Overgevoeligheid voor fel licht;
- Bleke ogen;
- Spierzwakte;
- Rusteloze benen (door verstoorde dopamineregulatie);
- Inspanningsintolerantie (slecht helende spieren na sporten);
- Haaruitval;
- Dwangmatig ijs of ijsklontjes eten (pagofagie);
- Gewichtstoename;
- Pijntoename;
- Koude-intolerantie en/of koude handen en voeten;
- Verminderde immuniteit.

Uiteindelijk leidt een ijzertekort tot:
- Chronische bloedarmoede;
- Hypothyreoïdie (te langzaam werkende schildklier);
- Chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS/ME);
- Bewegingsintolerantie;
- Rusteloze-benen-syndroom;
- Terugkerende infecties;
- Spierpijn, soms ten onrechte aangezien voor fibromyalgie;
- Psychische klachten door aanhoudende lichamelijke klachten.
Als je dan vervolgens voor je pijn de eerdergenoemde pijnstillers krijgt, voor terugkerende infecties antibiotica en voor chronische vermoeidheid antidepressiva, dan ben je in een vicieuze cirkel beland. En dan laat ik gewichtstoename door gebruik van medicijnen (met name psychofarmaca) en een gebrek aan beweging door spierpijn nog maar achterwege.
Sommige symptomen vragen om een toelichting. Laat ik er daarom een paar (vaak voorkomende) noemen.
Relatie tussen ijzer en spierpijnen
Wat gebeurt er als je spieren niet genoeg ijzer hebben? Zonder voldoende ijzer raakt de zuurstoftoevoer naar de spieren verstoord, waardoor de suikervoorraad in de spieren (glycogeen) drastisch afneemt. Bij een gebrek aan zuurstof en ijzer moeten de spieren deze suikervoorraden veel sneller aanspreken om aan energie te komen, waardoor ze versneld uitgeput raken. Daardoor schakelt de cel over op anaerobe verbranding met een sterke toename van lactaat als bijproduct. Lactaat (melkzuur) zorgt voor een branderig gevoel en aanhoudende spierpijn. In feite komt dit door haperende mitochondriën die compleet vastlopen en daardoor geen normale energie meer kunnen produceren.
In feite zijn spieren met ijzergebrek constant uitgeput en niet in staat om voldoende energie te produceren. Ik ben bang dat veel mensen die met de diagnose ‘fibromyalgie’ rondlopen, dit soort problemen hebben, al dan niet door een ijzertekort of insulineproblemen. Een en ander geldt trouwens ook voor kinderen met groeipijnen. Dat kan heel goed door ijzertekorten of problemen met gluten komen, waardoor de ijzerabsorptie wordt gefrustreerd. Het minimale wat jullie als ouders in dit geval kunnen doen, is appelstroop op hun brood smeren. Of leverpastei/leverworst.
Relaties tussen ijzer en angst, depressie en meervoudige pijnproblemen
In een bijzonder onderzoek uit 2025 (!), gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift ‘Journal of Pain Research’ werd de medische geschiedenis van meer dan 1300 volwassenen bestudeerd om de relatie tussen een (al dan niet behandeld) ijzertekort in het verleden tijdens hun kinderjaren en jeugd, psychische klachten en chronische pijn in kaart te brengen.[1] De bevindingen waren opzienbarend:
- Bij 38,7% van de vrouwen was ooit een ijzertekort vastgesteld tegen 2,4% bij mannen;
-
Mensen die in hun leven te maken hebben gehad met een ijzertekort hadden een significant verhoogde kans op diverse (vaak vrouw-gedomineerde) pijnklachten:
- Ernstige menstruatiepijn;
- Terugkerende buikpijnen;
- Migraine;
- Hoofdpijn;
- Fibromyalgie;
- Chronische nekpijn;
- Pijnlijke tong;
- Een ijzertekort uit het verleden verandert ook de pijnperceptie (je ervaart meer pijn dan een ander);
- Een geschiedenis van ijzertekort voorspelde een verdubbeling van de kans op een depressie;
- IJzertekort, angst en depressie zijn gerelateerd aan de hoeveelheid pijnklachten die één persoon tegelijkertijd ervaart. De aanwezigheid van angst en depressie versterkt de pijngevoeligheid en de totale pijnlast nog eens extra.
Dit is toch ongelooflijk? De kern zit hem natuurlijk in het beginnen van menstruaties bij vrouwen. En bij mijn weten wordt er nooit bij meisjes een normaal Hb vastgesteld vóórdat ze gaan menstrueren, dus heb je geen enkel referentiepunt om later te bepalen of er sprake is van een ijzertekort. Ik ken inmiddels talloze vrouwen met één of meer van dit soort klachten en niemand, maar dan ook niemand heeft ooit de moeite genomen om eens kritisch te kijken naar ijzer. Met decennialange gevolgen…
Relatie tussen ijzer en koude handen en voeten
Voordat je nu denkt ‘Dat is een makkie, want zuurstoftekort leidt tot slechtere energie, enzovoorts’, ga ik je teleurstellen. Het gaat hier niet om zuurstofaanvoer, maar om je schildklierfunctie! In een meta-analyse uit 2023[2] zijn de volgende uitkomsten te lezen:
- IJzertekort en ijzergebreksanemie (bloedarmoede door ijzer) hebben een directe relatie met schildklierproblemen (die vooral vrouwen hebben);
- Het allerbelangrijkste mechanisme is dat het enzym schildklierperoxidase (TPO) direct verantwoordelijk is voor de aanmaak van de schildklierhormonen T4 en T3. TPO is namelijk een heem-afhankelijk enzym dat een ijzeratoom in zijn kern nodig heeft om te kunnen functioneren. Bij een ijzertekort wordt TPO onwerkzaam en heb je hypothyreoïdie;
- De omzetting van T4 naar T3 is eveneens afhankelijk van ijzerrijke enzymen. Mensen met een ijzertekort hebben significant lagere vrije T4 en T3 in hun bloed;
- Er is een opvallend verband tussen auto-immuunziekten van de schildklier (Hashimoto) en ijzertekorten. Mensen met een ijzertekort hebben een hogere kans op anti-TPO- en anti-thyroglobuline-antilichamen. Daardoor valt het immuunsysteem de eigen schildklier aan;
- Andersom veroorzaakt een trage schildklier een ijzertekort. Schildklierhormonen stimuleren namelijk het beenmerg en de nieren om rode bloedcellen (en het hormoon EPO) aan te maken. Bovendien zorgt een trage schildklier voor minder maagzuur, waardoor de opname van ijzer uit voeding gefrustreerd wordt.
De moraal van dit onderzoek is wel dat mensen met een trage schildklier die niet opknappen van hun schildkliermedicatie (levothyroxine) in heel veel gevallen een onderliggend, onbehandeld ijzertekort hebben. Bij schildklierklachten: vraag eerst om een uitgebreid ijzeronderzoek! Wellicht ten overvloede: dit is het zoveelste bewijs dat het alleen bepalen van TSH kansloos is. Je moet echt vrij T4 en vrij T3 erbij betrekken. Want voor de omzetting van T4 naar T3 heb je opnieuw ijzer (en selenium) nodig. Aan T4 alleen heb je namelijk niets. Met andere woorden: ga nooit schildklierhormonen slikken zonder dat er naar alle schildklierhormonen en alle ijzerparameters is gekeken.
Relatie tussen ijzer en hartkloppingen & hartfalen
Ik trek dit symptoom iets breder: hartfalen. Hartkloppingen zijn meestal onschuldig. Bonzen, overslaan of sneller kloppen zijn vaak een normale reactie van het lichaam op stress, vermoeidheid, cafeïne, alcohol of intensieve inspanning. Hartritmestoornissen daarentegen kunnen de opmaat zijn naar hartfalen; een tekort aan pompkracht van het hart.
In een gigantisch groot onderzoek onder leiding van de Rijksuniversiteit Groningen, werden de gecombineerde data van 34 eerdere studies onder in totaal 153.180 patiënten met chronisch hartfalen bekeken.[3] De belangrijkste bevindingen waren:
- Gemiddeld leed maar liefst 37,2% van alle patiënten met hartfalen aan bloedarmoede;
- Na 6 maanden was de sterfte onder patiënten met hartfalen én bloedarmoede 46,8% in vergelijking met 29,5% onder patiënten met hartfalen zonder bloedarmoede;
- Zelfs na correctie voor comorbiditeiten bleek bloedarmoede een onafhankelijke risicofactor te zijn. Het verhoogde het risico met 46%;
- Hoe lager de Hb-waarde van iemand, hoe groter de sterftekans;
- Het type hartfalen (systolisch of diastolisch) maakte geen verschil.
Ironisch genoeg kun je ook hartfalen krijgen door een ijzertekort. In een review uit 2006 beschrijven de onderzoekers hoe bloedarmoede door ijzertekort leidt tot omkeerbare linkerventrikeldysfunctie, een vergroot hart (cardiomegalie) en hartfalen. Ze tonen eveneens aan dat ijzersuppletie de hartfunctie snel en volledig kan herstellen.[4] Dus als je bekend bent met hartfalen, laat dan vooral je ijzerstatus bepalen.
Relatie tussen ijzer en vermoeidheid
Er is een onderzoek gedaan naar ijzersuppletie bij vermoeidheid onder volwassenen met een ijzertekort die nog geen bloedarmoede hadden. Na suppletie nam hun subjectief ervaren vermoeidheid significant af.[5] Zonder iemand te willen beledigen, moet ik ook een onderzoek aanhalen waarin de relatie tussen obesitas en ijzer is uitgezocht.[6] Het onderzoek ging over 62 jonge vrouwen met overgewicht én bloedarmoede door ijzertekort. Na een interventie van drie maanden waarin door middel van diëten het gewicht gemiddeld met 7,4 kg afnam, verbeterde hun ijzerstatus aanzienlijk zonder suppletie! Het mechanisme hierbij is dat gewichtsverlies de chronische laaggradige ontstekingen reduceert (vaak een gevolg van overgewicht), de CRP zakte evenals het ijzer-blokkerende hormoon hepcidine. Dit mechanisme heb ik hierboven al beschreven als ‘ijzerslot’. In eenvoudige woorden: overgewicht blokkeert ijzeropname omdat er ontstekingen mee gepaard gaan.
Suppletie en doseringen
In deze laatste paragraaf komt de praktische informatie aan bod. Hoe testen? Waarop testen? Doseringen? Allemaal vragen die ik nu ga beantwoorden.
Toxiciteit
Is ijzer toxisch? Ja, absoluut. Dat komt vooral omdat wij een biologisch mechanisme missen om overtollig ijzer kwijt te raken. We verliezen hooguit 1,5 milligram per dag. Dus je kunt je wel voorstellen hoelang het duurt voordat je overtollig ijzer kwijt bent. Overtollig ijzer stapelen we dus onbeperkt op in de organen. Daar komt nog wat bij. Als de ijzerreserves overvol raken, ontstaat er vrij ijzer in de bloedbaan en cellen. Dat vrije ijzer veroorzaakt de zogenaamde Fenton-reactie waardoor massaal agressieve vrije radicalen worden gemaakt. Op hun beurt beschadigen die vrije radicalen de organen met het meeste ijzer: de lever, het hart, de alvleesklier en gewrichten (vooral in handen en polsen). Er zijn dan nog twee opties over: aderlatingen en het gebruik van medicijnen die ijzer aan zich binden.
Wat zijn dan passende en veilige doseringen ijzer (voeding en suppletie samen)? Volgens de EFSA zijn dit de veilige maximale niveaus bij gezonde mensen:
- Volwassenen (inclusief zwangeren): 40 milligram per dag;
- Adolescenten (15-17 jaar): 35 milligram ijzer per dag;
- Kinderen (1-3 jaar): 10 milligram ijzer per dag;
- Baby’s (4-11 maanden): 5 milligram per dag (exclusief flesvoeding).
Gezonde mensen worden door hun hepcidine wel beschermd tegen een overmatige inname. Alleen in het geval van een ijzerinfuus, bij erfelijke hemochromatose of andere, zeldzame afwijkingen aan de ferroportine-poorten of bij een acute overdosering (bijvoorbeeld een kind dat een pot zware ijzertabletten opeet), beschermt hepcidine je niet. Dus onder normale omstandigheden is toxiciteit uitgesloten.
Hoe weet je nu wat je ijzerstatus is? Een simpele manier om een vermoeden van een ijzertekort vast te stellen, is de nagelriemtest. Druk op je nagelriem tot het bloed eruit is, laat dan los en kijk hoelang het duurt voordat het bloed weer terugkomt. Als dit langer dan 2-3 seconden duurt, kan dat op een ijzertekort wijzen. Ga dan zeker naar de dokter. Die zal je bloed dan laten onderzoeken op een mogelijk ijzertekort.
Bloedtest
Maar nu komt het meest controversiële stuk van deze blog: de meting van de ijzerwaarden klopt niet. Althans, volgens de reguliere medici wel, maar volgens anderen niet. Zoals al eerder gezegd, is een ijzertekort niet hetzelfde als bloedarmoede. Om alleen blind te varen op je Hb is dus veel te kort door de bocht. Je kunt alle symptomen van een ijzertekort hebben, zonder dat je dit terugziet bij je Hb. Want een dalend Hb hoort in fase 3!

Als de dokter naar je ijzerstatus wil kijken, dan laat hij de volgende onderzoeken uitvoeren:
- Serumijzer: meet de absolute hoeveelheid ijzer die op dat moment in je bloedplasma rondzweeft. Deze waarde schommelt door eten en slapen en is op zichzelf onvoldoende om een ijzertekort vast te stellen;
- Serumferritine: ferritine is een eiwit dat fungeert als de opslagvorm van ijzer en zegt dus iets over je voorraad, althans, dat is het idee. Ik kom daar zo op terug;
- Transferrine: dit is het eiwit dat voor transport van ijzer door de bloedbaan zorgt (de vrachtwagentjes van en naar je lever en beenmerg);
- Totale ijzerbindingscapaciteit (TIBC): deze waarde meet indirect hetzelfde als transferrine, namelijk de maximale hoeveelheid ijzer die je bloedeiwitten zouden kunnen binden als ze allemaal ‘volgeladen’ zouden zijn;
- Transferrinesaturatie (TSAT): dit is een procentuele berekening van het serumijzer gedeeld door de totale ijzerbindingscapaciteit x 100. Het laat zien hoeveel procent van de beschikbare vrachtwagentjes (transferrine) daadwerkelijk met ijzer zijn gevuld; de beladingsgraad van je vrachtwagens;
- Algemeen bloedbeeld met je Hb-waarde, MCV, RDW, MCH en MCHC;
- CRP (ontstekingsmarker): ontstekingen laten je ferritinewaarden stijgen, dus kijken naar ferritine heeft alleen maar zin als je ook uitsluit of er sprake is van ontstekingen.
De modernste metingen kijken ook nog naar drie andere markers:
- Oplosbare transferrinereceptor (sTfR). Als cellen te weinig ijzer krijgen, gaan ze massaal extra antennes maken om ijzer te zoeken. Stukjes van die antennes breken af en gaan zweven in het bloed. Een verhoogde sTfR is dus een indicator voor ijzergebrek op weefselniveau;
- Zinkprotoporfyrine (ZPP): om hemoglobine aan te maken, koppelt het lichaam ijzer aan een specifiek eiwit (protoporfyrine). Als het beenmerg rode bloedcellen wil maken maar er is geen ijzer beschikbaar, grijpt het lichaam uit pure noodzaak naar zink als vervanger. Het resultaat is zinkprotoporfyrine. Een verhoogde ZPP-waarde boven de 45-50 µmol/mol haem) bewijst dat het beenmerg al langere tijd misgrijpt tijdens de productie van bloedcellen. Het is dé ultieme marker voor celaanmaak met een ijzertekort. Het toont aan dat het ijzertekort zo diep zit dat het de biologische fabriek van het bloed verstoort;
- Hepcidine: hepcidine is een hormoon dat de lever aanmaakt om de totale ijzeropname in het lichaam te reguleren. Het is de biologische sluisdeur. Als er veel hepcidine wordt gemeten, gaan de poortjes in de darmen dicht en wordt er geen ijzer uit voeding of tabletten opgenomen. Is er weinig hepcidine, dan staan de poortjes wijd open en wordt elk ijzermolecuul maximaal opgenomen.

Ondeugdelijke markers
Nu komt het ongemakkelijke deel van de blog. Dat gaat over ons Hb en over ferritine als markers.
Hb
Eerst maar even over het Hb. In twee podcasts bespreken internist Hilde Royen en Marlijn Hoeks (internist-hematoloog) de zin en onzin van de Hb-waarde.[7] Als je naar de eerste podcast wilt luisteren, klik dan op de link in voetnoot zeven. De eerste fout is dat artsen denken dat iedereen met een Hb boven de 7,5 geen ijzertekort heeft. Dat klopt niet. Ieder mens heeft een eigen uniek ‘setpoint-Hb’. Als dat bij jou 8,6 is en bij mij 9,3 en we gaan naar de dokter vanwege een vermoeden van ijzertekort, dan meet de dokter onder andere ons Hb. Als die 7,5 is, dan vallen we nog net binnen de referentiewaarden en hoor je: ‘Alles is goed; geen afwijkingen gezien’. In werkelijkheid hebben we een ernstig ijzertekort, want het verschil tussen je normale Hb en je actuele Hb kan zomaar 1000 milligram ijzertekort opleveren. Daarbij moet je weten dat je Hb het laatste is wat daalt bij een ijzertekort en het eerste wat stijgt bij ijzersuppletie. De moraal is dat een Hb binnen de referentiewaarden geen goed Hb voor jou hoeft te zijn. Het beste is om je hoogst gemeten Hb in je medische historie op te (laten) zoeken en daarvan uit te gaan. Wijkt je actuele Hb daarvan af, dan heb je zeker weten een ijzertekort.
Ferritine
Nu wordt het echt vervelend. Ten eerste is het opvallend dat voor mannen en vrouwen verschillende ondergrenzen worden gehanteerd. En dat, terwijl vrouwen menstrueren en bevallen. Dat kan sowieso al niet kloppen. Voor mannen geldt een ondergrens van 30 ferritine en waarom dan bij vrouwen niet? Ik ken sommige experts die voor vrouwen zelfs een ferritinewaarde van 70 adviseren.
Daar komt nog wat bij: afhankelijk van het laboratorium waar gehalten ferritine worden bepaald en de daarbij gebruikte methode zit er soms wel een verschil van factor 3 in de gemeten waarden tussen de verschillende laboratoria. Dus bij het ene lab heb je een ferritinewaarde van 15 terwijl je bij het andere lab 45 zou hebben. De meetmethoden zijn niet universeel bepaald.[8] Bekijk de podcast in voetnoot acht om te horen hoe dit zit.
Een heel andere toon slaat Morley Robbins aan in zijn boek ‘Cure your fatigue’ over ferritine. Robbins zegt dat ferritinetests waardeloos of misleidend zijn. Zoals je inmiddels weet, is ferritine het opslageiwit waarin ijzer gebonden wordt. Wat doen opslageiwitten dan in je bloed? Die horen daar helemaal niet! Dat lijkt me een plausibele redenatie. Volgens hem is het ferritine dat in je bloed circuleert een eiwitomhulsel waar het ijzer al uit is gelekt, waardoor het meten van die specifieke waarde weinig zegt over de werkelijke hoeveelheid functioneel ijzer. Vervolgens beargumenteert hij (waar de reguliere geneeskunde het deels mee eens is) dat ferritine een acute-fase-eiwit is. Bij een ontsteking of infectie stijgt die waarde. Robbins zegt dan ook dat een stijgend of normaal ferritine in het bloed (!) eerder een ontstekingsmarker is dan een goede marker om de ijzervoorraad te bepalen. Ten derde schrijft hij dat een ijzerprobleem bijna altijd een koperprobleem is. Om ijzer te kunnen verplaatsen en bruikbaar te maken, heeft het lichaam ceruloplasmine nodig (dat afhankelijk is van koper). Het geven van ijzersupplementen aan iemand met een laag ferritine (wat dus de huidige praktijk is), is dus gevaarlijk en verhoogt de oxidatieve stress in de organen.
- Hoog ferritine is ‘weefsellekkage’ en toxiciteit: omdat ferritine een intracellulair eiwit is dat ijzer binnenin de cel hoort op te slaan, betekent een gestegen serumferritine dat er weefselbeschadiging en celafbraak (organ pathophysiology) plaatsvindt. Het betekent dat ijzer zich ophoopt op plaatsen waar het niet hoort, wat leidt tot oxidatieve stress (‘roesten van weefsels’). Hoog ferritine is dus een marker voor actieve ontsteking en ijzerstapeling;
- Laag ferritine is geen ijzertekort. Hij zegt dat de ferritine in het bloed lege hulzen zijn, maar dat het ijzer zelf diep in de weefsels en organen opgeslagen ligt omdat het lichaam door een tekort aan biobeschikbaar koper (te meten aan het gehalte ceruloplasmine) niet in staat is om het ijzer te mobiliseren en te recyclen;
- Volgens Robbins zijn er drie soorten ferritine. Heavy-chain-ferritine (H-ferritine) is de actieve en functionele vorm waarin ijzer ligt opgeslagen in de cellen. Dan heb je light-chain ferritine (L-ferritine). Hier zit een directe link met ontstekingen. Dat gehalte stijgt namelijk massaal bij stress en ontstekingen en absorbeert het ijzer snel om het buiten bereik van ziekteverwekkers te houden. Ten slotte heb je serumferritine (dat wat bij een normale test wordt gemeten). Serumferritine is feitelijk een afvalproduct. Het is grotendeels apoferritine, een eiwitomhulsel dat nauwelijks ijzer meer bevat.
Omdat er geen bloedtest is die onderscheid kan maken tussen deze drie vormen, stelt Robbins dat een hoog ferritinegehalte louter bewijst dat er cellen kapotgaan door ontstekingen en ijzertoxiciteit op weefselniveau. In een interview op YouTube vertelt hij over een gesprek met een professor waarbij hij aan die professor vroeg: ‘Professor, wat is de beste ferritinewaarde?’ En het onthutsende antwoord was: ‘Nul’. Boem![9] De video staat in voetnoot negen en is het bekijken waard.
Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar als ik de podcast van de twee artsen vergelijk met het boek en de interviews van Robbins, dan hoor ik in de podcast (met alle respect) een en al aarzeling en onwetendheid bij huisartsen en zelfs bij de twee artsen in het interview over wat een goede Hb is en wat goede ferritineniveaus zijn. Volgens mij heeft Robbins het bij het rechte einde. Het enige waar hij minder aandacht aan besteedt, is hoe je het maandelijkse verlies op orde moet houden.
Cofactoren
Vitamine D vermindert hepcidine, het eiwit dat ervoor zorgt dat ijzer in je cellen geblokkeerd wordt. Zorg dus altijd voor een adequate vitamine D-bloedspiegel van rond de 150 nmol/l.
Koper is één van de belangrijkste cofactoren. Je hebt namelijk bij het ‘normale’ proces gezien dat je ceruloplasmine en hephaestine nodig hebt, enzymen die van koper afhankelijk zijn. Dus zelfs als je labwaarden wel of niet wijzen op een ijzertekort, kun je dit wel hebben door een gebrek aan koper. Alles lijkt in orde met je ijzer en je krijgt de uitslag dat ‘alles goed’ is, maar je ijzer zit domweg gevangen in je cellen. Een kopertekort kan een ijzertekort dus nabootsen, zelfs als al je ijzerwaarden in orde lijken te zijn. En op koper testen doet een huisarts nooit (helaas). Daarvoor ben je aangewezen op een intracellulaire kopertest[10], al dan niet in combinatie met een ceruloplasminetest.[11]
Naast koper en vitamine D, heb je vitamine A in de dierlijke vorm (retinol) nodig. Vitamine A is de biologische sleutel die de lever activeert om ceruloplasmine aan te maken. Zonder voldoende vitamine A blijft koper onbruikbaar. Vervolgens kan het enzym ferroxidase zijn werk niet doen bij de ijzerpoorten (ferroportine). Het ijzer kan de cel dan wederom niet verlaten en het ijzerslot valt onherroepelijk dicht. Volgens Morley is de valkuil van de reguliere geneeskunde dat ze bij vermoeidheid (al dan niet na het bepalen van Hb en ferritine) direct naar ijzer grijpen, terwijl hij stelt dat een ijzertekort in 99% van de gevallen wordt veroorzaakt door een tekort aan koper en vitamine A vooral. Dat staat haaks op de reflex van reguliere medici. Luister maar naar de tweede podcast van de eerdergenoemde artsen in voetnoot 12.[12]
Andersom is het niet handig om ijzer samen met zink in te nemen. Dat zijn antagonisten en concurreren om opname. Mocht je beide stofjes slikken in hogere doseringen (> 25 milligram), zorg dan dat er tijd zit tussen de inname van ijzer en zink. En aangezien zink en koper ook niet goed samengaan, is de simpele regel: neem ijzer samen met koper in en zink los van beiden. Ook is het niet handig om ijzer tegelijkertijd met calcium uit zuivel of supplementen in te nemen. Calcium remt de opname.
Vormen van ijzer
Er zijn talloze vormen van ijzersupplementen, vloeibaar, niet vloeibaar en zelfs intramusculair of intraveneus. In de kern gaat het over het gehalte elementair (dus puur) ijzer. Ik ken de volgende vormen:
- Ferrosulfaat (desiccated) in tabletvorm. Dit bevat 33% elementair ijzer;
- Ferrosulfaat (hydrated) in tabletvorm. Dit bevat 20% elementair ijzer;
- Ferrofumaraat in tabletvorm. Dit bevat 33% elementair ijzer;
- Ferrogluconaat in tabletvorm. Dit bevat slechts 12% elementair ijzer;
- Ferrogluconaat in drankvorm (Floradix). Dit bevat per dosering van 20 ml zo’n 15 milligram elementair ijzer;
- Ferroaspartaat in droge of vloeibare vorm. Dit bevat 17-20% elementair ijzer;
- IJzerbisglycinaat in capsulevorm. Dit bevat 20% elementair ijzer;
- Natuurlijke ijzersupplementen uit plantenextracten. De hoeveelheden ijzer verschillen per bron.

Het nadeel van al deze middelen is dat bij een onjuiste dosering hepcidine ervoor zorgt dat je de pillen deels voor niets slikt. Daarbij komt dat mensen vaak last krijgen van maag en darmen (obstipatie). Van bovengenoemde soorten zijn natuurlijk ijzer, ijzerbisglycinaat, ferrogluconaat de mildste vormen. Bij ernstige vormen van bloedarmoede of bloedverlies kiest een arts soms voor een intraveneus ijzerpreparaat. Daarmee omzeil je enerzijds absorptieproblemen in de darmen en anderzijds kun je een enorme hoeveelheid ijzer in het lichaam brengen. Voorbeelden hiervan zijn:
- Monofer;
- Venofer/Ferracin;
- Cosmofer;
- Diafer;
- Ferinject.
Het voert te ver om al de voor- en nadelen van deze vormen te bespreken. Onthoud echter één ding: als je Ferinject hebt gekregen en je krijgt 10 tot 14 dagen na het infuus serieuze klachten als extreme vermoeidheid, algehele zwakte, spierzwakte, spierpijn of onverklaarbare bot- of gewrichtspijn, ga dan direct naar je arts en laat je fosfaatwaarden controleren! En neem daarna nooit meer Ferinject! Terzijde: die fosfaatproblemen kunnen ook leiden tot (ernstige) psychische problemen. Beter kun je al die infusen vermijden. Je weet nu hoe je een ijzertekort ontwikkelt en hoe je dit met voeding en supplementen kunt voorkomen.
Doseringen
Je zou denken dat je bij een ijzertekort een zo hoog mogelijke dosis zou moeten nemen om er het snelst van af te zijn. Dat is helaas wederom niet waar. Een te hoge dagelijkse inname boven de 65 milligram heeft direct een blokkade door hepcidine als gevolg. Je neemt dan de volgende 24 uur geen milligram ijzer meer op nadat je zo’n enorme dosering hebt ingenomen.[13] Neem dus nooit meer dan 65 milligram elementair ijzer per dag in. Het is veel slimmer om lagere doseringen te nemen en die te spreiden over de dag, zonder het totaal van 60 milligram aan elementair ijzer te overschrijden. Want het laatste dat je wilt, is om hepcidine te activeren waardoor je in een ‘ijzerslot’ raakt.
Bijwerkingen
De bekende bijwerkingen van het innemen van ijzer zijn een onrustige maag, misselijkheid, darmkrampen, zwarte ontlasting of diarree. Als je hier gevoelig voor bent, neem dan de mildere vormen.
Contra-indicaties
Zijn er ook redenen om geen ijzer in te nemen? Ja, die zijn er zeker.
Vooral geldt dit voor mensen met de ijzerstapelingsziekte (hemochromatose). In Nederland hebben 80.000 mensen een genetische aanleg voor deze ziekte, maar ‘slechts’ achtduizend tot veertigduizend mensen hebben daadwerkelijke klachten. Omdat de klachten (zoals extreme vermoeidheid en gewrichtspijn) vaak vaag zijn en pas rond de leeftijd van 40 tot 50 jaar optreden, lopen er in Nederland vermoedelijk nog veel mensen rond zonder diagnose.[14] Ook mensen met hemosiderose; een vorm van ijzerstapeling in de weefsels en het immuunsysteem, moeten niet ‘op eigen houtje’ suppleren. Meestal ontstaan deze problemen bij mensen die geregeld bloedtransfusies krijgen. Daarnaast zijn er vormen van anemie die niet zozeer met een ijzertekort te maken hebben, maar met afwijkingen aan de rode bloedcellen zelf, zoals hemolytische anemie, thalassemie of sikkelcelanemie. Ook kun je door een tekort aan vitamine B11 en B12 anemie ontwikkelen.
En verder noem ik stoornissen in de ijzeropname, bijvoorbeeld door een loodvergiftiging of bij beenmergaandoeningen, bij maag- en darmziekten, vooral omdat ijzer erg irriterend kan zijn voor het slijmvlies. Ten slotte moet je ijzer niet samen innemen met schildkliermedicatie, antibiotica of maagzuurremmers en calciumtabletten.
De verkenning van ijzer is ten einde. Ik zit vol verwondering over hoe het lichaam werkt, hoe het door nutriëntentekorten niet (goed) meer werkt. En hoe weinig we eigenlijk weten. Dat geldt dan in het bijzonder voor mij als niet-medisch opgeleide persoon. Dus ben ik vooralsnog iets minder dom geworden. Hopelijk jij ook!
Disclaimer
Medische informatie wordt alleen verstrekt als informatiebron en mag niet worden gebruikt of vertrouwd voor diagnostische of behandelingsdoeleinden. De informatie is niet bedoeld als patiëntenvoorlichting, creëert geen relatie tussen patiënt en orthomoleculair adviseur en/of INNR B.V. en mag niet worden gebruikt als vervanging voor professionele diagnose en behandeling. Raadpleeg uw zorgverlener voordat u beslissingen over uw gezondheid neemt of voor advies over een specifieke medische aandoening. INNR B.V. is niet aansprakelijk voor enige schade, verlies, letsel of aansprakelijkheid op welke manier dan ook geleden als gevolg van uw vertrouwen op de informatie uit dit document.
[7] Prisma podcast: Maak kennis met je blinde vlek over ijzergebrek – Deel 1, de uitleg - Huisarts Podcast
[10] https://www.bloedwaardentest.nl/koper-intracellulair.html?_gl=1*1yc8fgj*_up*MQ..*_gs*MQ..&gclid=CjwKCAjwrbfWBhAeEiwAc2e6PlEis9V3-rV3KmAOt9pBAtCGVSVD2ujk6TfSZvSD3o9XAILfZK3xZhoCldgQAvD_BwE&gbraid=0AAAAADszcuh-jFunEUQ07gPEGYe5h2mzt
[11] https://www.bloedwaardentest.nl/ceruloplasmine.html?_gl=1*brb1nf*_up*MQ..*_gs*MQ..&gclid=CjwKCAjwrbfWBhAeEiwAc2e6PlEis9V3-rV3KmAOt9pBAtCGVSVD2ujk6TfSZvSD3o9XAILfZK3xZhoCldgQAvD_BwE&gbraid=0AAAAADszcuh-jFunEUQ07gPEGYe5h2mzt