Kanker (3)

Kanker (3)

We zijn bezig ons door theorieën over kanker heen te worstelen. Geen fijn of makkelijk onderwerp. Maar toch erg relevant, gelet op de cijfers. En het leed achter de cijfers. Alles wat maar kan bijdragen aan een beter begrip van de ziekte en het bestrijden ervan lijkt me meer dan welkom!

De somatische mutatietheorie als het zoeken naar de onderliggende oorzaak van kanker lijkt te verdwalen in een doolhof van complexiteit. Eerst dachten we dat we met het in kaart brengen van het menselijk genoom de afwijkingen konden detecteren. Iedere keer als we weer een genetische mutatie ontdekken, is kanker echter alweer geëvolueerd. En de complexiteit neemt alleen maar toe. Nu weer door de kennis over het epigenoom. Het lijkt wel op schieten op een voortdurend bewegend doel. Persoonlijk denk ik dat we uit de hoek van het ‘begrijpen’ van de ziekte op basis van genen en signaalpaden niet veel hoeven te verwachten. Maar ik kan daar natuurlijk (en hopelijk zelfs) volledig naast zitten. Tenzij we zouden stuiten op een uniek kenmerk dat alle kankercellen hebben, ongeacht hun genetische samenstelling. Dat laat onverlet dat de behandelstrategieën (die in feite los staan van het begrip van de ziekte) steeds verder evolueren, steeds gerichter kunnen worden ingezet en steeds geavanceerder worden. Ook de opmars van immunotherapie hoort hierbij.

Nu pakken we de draad weer op bij de ‘metabole therapie’ van Otto Warburg en zijn volgelingen, zoals dokter Cornelis Moerman. En praten we verder over een fascinerend experiment dat volgens mij veel licht kan werpen op de fundamentele vraag waarom we zo weinig vorderingen maken met de ‘somatische mutatietheorie’.

1. De metabole theorie

De levens van Otto Warburg (1883-1970), Cornelis Moerman (1893-1988) en Thomas Seyfried (1946-) liepen deels parallel. Hoewel Thomas Seyfried een wetenschapper en een regelrecht adept van Warburg is, gold dat zeker niet voor Cornelis Moerman. Maar ook de Vlaardingse huisarts zou je min of meer kunnen rekenen tot een aanhanger van de ‘metabole theorie’. Toch koos hij voor een andere benadering.

Cornelis Moerman

Ik citeer uit de Canon van Nederland: ‘Een ander die in de Vlaardingse gezondheidszorg een uitgesproken rol heeft gespeeld, is dokter Cornelis Moerman. Je was óf voor óf tegen hem. Door kwalificaties als kwakzalver, paranoïde, onaangenaam, ruziezoeker, miskend, onverzettelijk, weldoener en mensenredder was huisarts Cornelis Moerman misschien wel de meest controversiële Vlaardinger ooit. Hij kreeg bekendheid door zijn antisemitische uitspraken maar werd met name landelijk bekend door de ontwikkeling van een alternatieve behandelwijze van kanker. Moerman kreeg een grote schare al dan niet genezen volgelingen door zijn aanpak van kanker, maar de Vereniging tegen de Kwakzalverij riep hem uit tot grootste kwakzalver van de twintigste eeuw.

Moerman, geboren op 6 januari 1893 op boerderij Hoogstad in het toenmalige Vlaardinger-Ambacht, vestigde zich in 1930 na een langdurige studie als huisarts op diezelfde boerderij. Hij was een groot duivenliefhebber en verrichtte diverse voedingsexperimenten op zijn postduiven. Het lukte hem niet om bij gezonde duiven kunstmatig kanker op te wekken. Dit gegeven werd de basis voor de alternatieve kankertherapie, die hij vanaf de vroege jaren dertig van de vorige eeuw ontwikkelde. In deze therapie speelde de kwaliteit van voeding volgens hem een zeer belangrijke rol.

Zijn therapie bleek vanaf het begin controversieel, hij had talloze aanhangers, maar de therapie riep ook weerstand op, in het bijzonder vanuit de gevestigde universitaire medische wereld. Moerman was overtuigd van zijn gelijk, zijn therapie was dé oplossing van het kankervraagstuk. Maar de pogingen die hij in het begin ondernam om die therapie onderzocht te krijgen, vonden geen weerklank in de reguliere geneeskunde. Hierdoor ontwikkelde hij een afkeer tegen diezelfde reguliere geneeskunde en wetenschap.

Deze afkeer stond een objectief onderzoek naar de effectiviteit van zijn behandeling ook later in de weg. Pas toen in 1955, na een artikel in de pers, de belangstelling voor zijn therapie met sprongen toenam, ging in 1956 een commissie de omstreden therapie toch onderzoeken. Moerman werkte mee aan dit onderzoek, maar de commissie bracht, zonder daarin Moerman te kennen, een negatief rapport uit over de behandelingsmethode.

Moerman was geen man van het compromis, maar zocht vaak het conflict op. Al in zijn studietijd sprak hij over een hetze en complotten die tegen hem gesmeed werden. Hij behield die overtuiging zowel bij het verdedigen van zijn therapie, bij zijn uitleg over zijn Duitsgezindheid en zijn vermeend NSB-lidmaatschap, als ook bij zijn verzet tegen grondonteigeningen door de gemeente.’ Einde citaat.

Tot op de dag van vandaag bestaat de Moermanvereniging, waar talloze (ex-) kankerpatiënten bij zijn aangesloten. Maar wat is de link tussen Warburg, Seyfried en Moerman? Alle drie zagen ze kanker als een probleem van de stofwisseling van glucose (Warburg), gebrek aan voedingsstoffen of goede voeding (Moerman) en stofwisseling van glucose en glutamine samen (Seyfried). Alle drie zochten ze naar de relatie tussen voeding, voedingsstoffen en kanker. Moerman baseerde zijn inzichten vooral op klinische ervaringen met diëten voor zijn duiven en vertaalde die inzichten naar dieetadviezen voor mensen met kanker. Ook al wist hij misschien niet wat wij nu wel weten, toch wist hij bij menigeen kanker ‘beheersbaar’ te houden. Zijn aanpak ging uit van de volgende aannames:

  • Kanker is geen lokale ziekte, maar het eindstation van een algehele ziekte van het lichaam;
  • Het is een ontspoorde stofwisseling die ontstaat door een langdurig tekort aan essentiële voedingsstoffen;
  • Door deze tekorten raken lichaamscellen ontregeld, verzwakt het immuunsysteem en krijgen kwaadaardige cellen vrij spel.

Moerman geloofde dat de stofwisseling gezond blijft en kanker kan weren als het lichaam consequent voorzien wordt van acht specifieke stoffen. Volgens zijn theorie was een tekort aan één of meer van deze stoffen de directe oorzaak van de celontsporing. Over welke stofjes (nutriënten) dit ging?

  • Vitamine A, vitamine B-complex, vitamine C en vitamine E;
  • De mineralen ijzer, jodium en zwavel;
  • Citroenzuur.

Zijn theorie dicteerde dat je kanker niet moet wegsnijden of vergiftigen, maar dat je het lichaam moet helpen zichzelf te genezen; een soort natuurlijke immunotherapie dus. Dat doe je door de acht essentiële stoffen via een strikt dieet en supplementen in grote hoeveelheden toe te dienen. Daardoor zou de stofwisseling zich herstellen en het immuunsysteem versterkt worden om zelf de kankercellen op te ruimen. Als ‘buitenstaander’ denk ik dat Moerman wel degelijk goede punten had. Mogelijk was zijn theorie hier en daar wat gebrekkig door een gebrek aan wetenschappelijke kennis over die specifieke stoffen, maar hij zei in de kern drie dingen:

  • Kanker is een stofwisselingsziekte;
  • Kanker is een probleem van een verzwakt immuunsysteem;
  • Kanker ontstaat door een gebrek aan essentiële voedingsstoffen.

Natuurlijk wist hij van de Krebscyclus af (vandaar citroenzuur), maar verder kon hij nog niet weten wat wij nu allemaal weten. Vandaar dat zijn therapie niet op alle punten vlekkeloos was en discutabel. Als je ‘Uitzicht’ leest, het blad van de Moermanvereniging, dan wemelt het van de recepten, leefstijladviezen en verhalen over mensen die kanker ‘hebben overwonnen’. Kort samengevat lijkt het vooral in te zetten op gezonde voeding van met name groenten en het  vermijden van vlees en suikers; het Moermandieet. Dat zal overigens zeker bijdragen aan je gezondheid, maar of dit dieet afdoende is om kankercellen te elimineren?

Onderlinge relatie

Otto Warburg, Cornelis Moerman en Thomas Seyfried kun je alle drie zien als vertegenwoordigers van de metabole theorie, ondanks dat hun methoden en wetenschappelijke statuur sterk verschilden. De conceptuele overlap tussen hun theorieën:

  • Kanker is een stofwisselingsziekte;
  • Kanker is onherstelbare beschadiging van de cellulaire ademhaling in de mitochondriën;
  • Kanker kun je genezen door het suppleren van grote hoeveelheden essentiële voedingsstoffen (Moerman) en het afknijpen van de brandstoftoevoer van kankercellen (Warburg, Moerman en Seyfried).

Alle drie de heren delen de visie dat kanker ontstaat door een falend cellulair milieu, een verstoord metabolisme en een falend immuunsysteem en niet (!) door toevallige fouten in het DNA. Ze zagen kanker als een systemisch probleem dat via voeding en/of het blokkeren van brandstof moest worden voorkomen of genezen. Warburgs ideeën zijn inmiddels onomstotelijk geaccepteerd en worden zelfs gebruikt in de oncologie. Seyfrieds verhaal dat genetica er niet toe doet, blijft bij de reguliere wetenschap zeer omstreden en de theorie van Moerman wordt door de reguliere medici als onbewezen en potentieel gevaarlijk beschouwd.

Hét experiment

Nu ga ik schrijven over iets wat in mijn ogen een cruciaal experiment was en dat de ogen van alle reguliere wetenschappers en medici had moeten openen. Het experiment heet het kern-cytoplasma-transplantatie-experiment en werd uitgevoerd door Robert McKinnell in 1969. Thomas Seyfried gebruikt dit vandaag de dag als hét bewijs dat kanker geen genetische ziekte is, maar een stofwisselingsziekte.

Ik schrijf het kernachtig op:

  • Neem het cytoplasma (de cel-omgeving) van een kankercel;
  • Plaats hier een gezonde celkern (zonder DNA-schade) in en laat de cel zich vermenigvuldigen;
  • Kijk wat er zich ontwikkelt: kankercellen of normale cellen?

Als je aanhanger bent van de somatische mutatietheorie, zou je verwachten dat deze nieuwe cel kerngezond wordt. Kanker is in die theorie immers een probleem van beschadigd DNA in de celkern!? Dus als de celkern 100% gezond is, kan er geen kanker ontstaan. Het tegendeel gebeurde: de cel veranderde in een agressieve kankercel of stierf. De gezonde celkern was volkomen machteloos tegenover het beschadigde, metabole milieu van de kankercel.

Toen voerden ze het experiment andersom uit:

  • Neem het cytoplasma van een gezonde cel (met gezonde mitochondriën);
  • Plaats hier een kankercelkern vol mutaties en beschadigingen in en laat de cel zich vermenigvuldigen;
  • Kijk wat er zich ontwikkelt: kankercellen of normale cellen?

De aanhangers van de mutatietheorie verwachtten dat er direct kanker zou ontstaan. Immers, het DNA stuurt de cel aan en dat DNA zit vol kankermutaties. Het tegendeel was waar: de cellen ontwikkelden zich tot volkomen normale, gezonde cellen. Het gezonde metabolisme in het cytoplasma was in staat om de genetische schade in de kern te onderdrukken en die cel te dwingen zich normaal te gedragen.

Celkern-experiment. Bron: Kankervrij, William Cortvriendt

Besef je wat dit betekent? Het bewijst namelijk dat mutaties in het DNA niet de oorzaak zijn dat de cel ontspoort, maar dat de oorzaak in het cytoplasma zit! 

Dit experiment bewijst dat de mutatietheorie niet kan kloppen en dat dus allerlei zoektochten die hiermee samenhangen, waarschijnlijk kansloos zijn. In de kern is kanker in de metabole visie namelijk een ziekte van beschadigde mitochondriën (oorzaak) en zijn mutaties in de celkern een gevolg!

‘Maar’, hoor ik je als celbioloog denken, ‘er zijn toch nog meer organellen in het cytoplasma?’ Zeker! Maar Warburg en Seyfried hebben vier argumenten aan hun kant waarom juist de mitochondriën verantwoordelijk zijn voor die ontregelde celkernen met al die mutaties:

  • Mitochondriën bepalen de celademhaling en de energie van cellen;
  • Mitochondriën hebben hun eigen DNA. Er is geen enkel ander stukje in je lichaam te vinden met een eigen DNA;
  • Zij zijn de poortwachter van de celdood en hebben de mogelijkheid in zich tot apoptose van de cel (cytochroom c);
  • Zij maken gebruik van retrograde signalering (de communicatie met de celkern).

En dan voeg ik er als relatieve leek nogmaals en met nadruk aan toe:

  • Mitochondriën kunnen dus afwijkende cellen opblazen (waarom doen ze dat dan niet bij kanker?);
  • Mitochondriën hebben een eigen DNA (bijzonder!) en dat is veel minder goed beschermd dan het DNA in de celkern.

Bovenstaand experiment, gecombineerd met de kennis van celademhaling en de wetenschap van een veel minder beschermd en kleiner DNA dan de celkern, had mijns inziens allang de focus van de reguliere wetenschappers en medici moeten verleggen naar de rol van mitochondriën bij het ontstaan en de preventie van kanker. Ik vat het bovenstaande samen met de volgende zinnen:

  1. Kanker is een stofwisselingsziekte;
  2. Kanker ontstaat door beschadiging van mitochondriën;
  3. Mitochondriën kunnen daardoor geen apoptose meer activeren via het eiwit dat ze daarvoor permanent op voorraad hebben (cytochroom C);
  4. Daardoor onttrekken kankercellen zich aan apoptose, met alle gevolgen van dien;
  5. Beschadigde mitochondriën zijn de oorzaak van kanker; DNA-mutaties in de celkern zijn het gevolg. Niet andersom!
  6. Preventie van kanker zou zich vooral bezig moeten houden met preventie van schade aan de mitochondriën;
  7. Bestrijding van aanwezige kanker zou zich vooral moeten richten op stoffen die het metabolisme van bestaande kankercellen verstoren en dat van gezonde cellen stimuleren.

Wauw! Dat is wel even schakelen, denk ik, als je dit voor het eerst leest. Hier wordt het causale verband tussen oorzaak en gevolg gewoon omgedraaid! Oordeel zelf of je ook vindt dat er hier iets fundamenteels over het hoofd is gezien.

Verschil somatische mutatietheorie versus metabole theorie. Bron: Kankervrij, William Cortvriendt.

Natuurlijk komt direct de vraag op: ‘Prima, als je meent dat oorzaak en gevolg met elkaar worden verwisseld. Maar wat kan ik daarmee als ik kanker heb of bang ben om kanker te krijgen?’ Nu, dan geven we elkaar eerst de hand omdat we ‘lotgenoten’ zijn. We hebben eenzelfde belang: sterven is onvermijdelijk, maar sterven aan kanker (met de daarbij komende lijdensweg, soms al op jonge leeftijd) is iets anders dan sterven ‘oud en der dagen zat’. Maak je nu dus nog even niet druk over het antwoord op die vraag, want die komt in de laatste blog over dit onderwerp wel terug. Je moet namelijk eerst weten hoe het proces van apoptose werkt dat mitochondriën ‘in huis hebben’ en kennelijk faalt. Dat is geen simpele kost, maar wel noodzakelijk om te weten, al is het alleen al om de reden dat je niet denkt dat dit een ongefundeerd verhaal is. Terecht dat je kritisch bent op goedkope verhalen. Dat ben ik ook. Maar als je blind vaart op één theorie, kun je soms onbedoeld ‘het kind met het badwater’ weggooien. Dus vind ik dat je recht hebt op een wetenschappelijk kloppend verhaal over de rol van mitochondriën en apoptose.

Mitochondriën

Voordat ik inga op het proces van apoptose en cytochroom c in een gezonde cel, moet je eerst enige bijzonderheden weten over de mitochondriën.

Het meest fascinerende is wel dat in elk mitochondrium ook DNA zit en dat dit volledig afwijkt van het DNA in de celkern. Het DNA in de mitochondriën heet mtDNA en bestaat uit slechts 37 genen die volledig afkomstig zijn uit de eicel van de moeder. In tegenstelling tot de genen in de celkern, zijn de genen in de mitochondriën slecht beschermd (ze zitten vlak bij de ‘motor’ die afvalstoffen (ROS) creëert, hebben geen beschermende verpakking (histon-eiwitten), hebben nauwelijks herstelmechanismen) en het gevolg is dat ze 10 tot 100 keer sneller muteren dan het DNA in de celkern.

Er is vastgesteld dat in een gezonde cel de mtDNA-moleculen identiek zijn (homoplasmie). Zodra het percentage gemuteerd mtDNA echter een kritieke grens bereikt (60-80%), stort de energieproductie via zuurstof in. Er gaan meer afvalstoffen lekken (ROS), wat vervolgens nog meer schade aanricht aan zowel de gezonde mitochondriën als de celkern. Uiteindelijk gaat de cel noodgedwongen over op aerobe glycolyse. En dat is exact wat Warburg destijds al constateerde, zonder dat hij zich bewust was van de onderliggende principes.

Even een korte uitleg over die 37 genen in je mtDNA. De eerste eicel en zaadcel die ten grondslag liggen aan jouw leven bevatten in hun celkern zo’n 20.000 genen. De 37 genen in je mtDNA zijn daarentegen als volgt opgebouwd:

  • 13 genen leveren de bouwtekeningen aan voor eiwitten die essentieel zijn voor de celademhaling;
  • 22 genen coderen voor tRNA (transport-RNA);
  • 2 genen coderen voor rRNA (ribosomaal RNA).

Die laatste 24 genen zijn in feite de hulpstukken waarmee het mitochondrium zijn eigen energie-eiwitten ter plekke kan produceren.

Als je zoekt naar de verklaring voor het afzonderen van die 37 genen, dan stuit je op theorieën die rechtstreeks in verband staan met de oerknal, bacteriën en het waterafstotende karakter van deze genen waardoor ze niet door het celvocht kunnen worden getransporteerd. Als je creationist bent (zoals ik), dan zal hier ongetwijfeld de wijsheid van de Schepper achter zitten, ook al kunnen wij die niet doorgronden. Met mijn beperkte kennis kan ik in ieder geval niet beredeneren waarom precies die genen apart gehouden zijn.

Wat hier intrigerend aan is, is dat de twee DNA-systemen grotendeels onafhankelijk functioneren. Die 37 genen worden niet afgesplitst van je celkern-DNA, maar zitten al in de mitochondriën binnen in de eicel apart. Als je daarbij optelt dat een rijpe eicel wel 100.000 tot 500.000 mitochondriën bevat en die allemaal hun eigen 37 genen hebben, dan word je toch stil? Want het delen van die mitochondriën is ook bijzonder. Ze wachten namelijk niet tot de celkern zich deelt zoals bij normale celdeling, maar ze groeien en delen onafhankelijk van de celkern-deling. Dat heet binaire splitsing. Voordat een mitochondrium splitst, kopieert het zijn eigen strengen met 37 genen met behulp van een specifiek kopieer-enzym: DNA-polymerase-gamma. Wanneer de bevruchte eicel zich gaat delen in twee, vier, acht, zestien cellen (en zo verder) worden de mitochondriën verdeeld over die nieuwe cellen. Pas later in de embryonale ontwikkeling beginnen de mitochondriën zichzelf weer massaal te delen. Hier zit dan weer een relatie met de celkern. Want het POLG-gen uit de celkern laat een enzym maken dat vervolgens tegen de mitochondriën zegt: ‘Vermenigvuldig je mtDNA en maak zo de blauwdrukken voor nieuwe mitochondriën’. 

Bovenstaand proces verklaart in ieder geval waarom de metabole kankertheorie biologisch niet alleen mogelijk is, maar zelfs heel aannemelijk is. Als een kankerverwekkende stof in de cel terechtkomt, kan deze specifiek de kwetsbare genen in de mitochondriën beschadigen, terwijl de 20.000 genen in de veel beter beveiligde celkern in eerste instantie volledig intact blijven.

Omdat de mitochondriën zelfstandig delen, wordt dit beschadigde mtDNA direct doorgegeven aan de volgende generatie mitochondriën. Hierdoor breidt de energiecrisis (het Warburg-effect) zich razendsnel uit binnen de cel, zonder dat de celkern daar aanvankelijk iets tegen kan doen.  De vicieuze cirkel is dan rond: de beschadigde mitochondriën gaan door hun haperende ademhaling steeds meer biologische afvalstoffen (ROS) lekken. Deze agressieve deeltjes richten vervolgens nog meer schade aan, totdat uiteindelijk ook de celkern bezwijkt. De genetische mutaties die we in de celkern bij kankercellen zien, zijn in dit licht dus geen oorzaak, maar het eindstation van een ontspoorde energiehuishouding.

Cytochroom-C

Ik las het in een boek over vermoeidheid. Daarin werd ook de link gelegd naar mitochondriën. Tijdens het lezen stuitte ik op deze zin:

‘Naast hun taak als energiefabriek vervullen mitochondriën nog een aantal andere vitale functies. Een van de belangrijkste hiervan is het bepalen wanneer cellen worden gerecycled via autofagie, of moeten sterven, hetzij via ongecontroleerde weefselsterfte (necrose), hetzij via geprogrammeerde celdood (apoptose). Al deze processen zijn volkomen natuurlijk en vinden elke dag van ons leven plaats.

Mitochondriën initiëren apoptose door een specifiek eiwit vrij te geven: cytochroom c. Dit activeert op zijn beurt caspasen; dit zijn krachtige proteolytische (eiwit-afbrekende) enzymen die ontworpen zijn om verouderde of beschadigde cellen van binnenuit netjes af te breken.

Juist deze rol van de mitochondriën is cruciaal, omdat apoptose voorkomt dat aangetaste cellen kunnen muteren tot kankercellen. Wanneer de mitochondriële functie verstoord raakt, wordt deze celdood geblokkeerd. De beschadigde cel weigert simpelweg te sterven en krijgt vrij spel om door te delen. Dit mechanisme verklaart exact waarom kanker in de wetenschap steeds vaker wordt erkend als een fundamentele ziekte van de mitochondriën.’ Einde citaat.

Of die laatste zin klopt, waag ik te betwijfelen, want ik hoor of zie er in de reguliere hoek weinig over terug. Laten we dus zelf eens onderzoeken hoe dat proces van apoptose werkt in een gezonde cel. Dat is best ingewikkeld, maar wel noodzakelijk om te weten of een aanpak die daarop aansluit de kans van slagen bij het bestrijden van de ziekte verbetert.

Goed, daar gaan we. Zoals je op bovenstaand plaatje ziet, heeft een mitochondrium (enkelvoud) een dubbel membraan. Een membraan is een soort ‘schilletje’ of celwand dat met name bestaat uit vetten. De eerste stap tot apoptose in een gezonde cel is het bepalen (of detecteren) dat er sprake is van cellulaire schade. Dat werkt als volgt:

  1. De cel ervaart interne schade door welke oorzaak dan ook;
  2. Sensoreiwitten (zoals P53) worden geactiveerd;
  3. Deze eiwitten bepalen dat herstel onmogelijk is;
  4. De sensoreiwitten activeren de ‘boodschapper-eiwitten’ Bax en Bak;
  5. Zij verplaatsen zich naar het buitenste membraan van de mitochondriën en maken daar gaatjes (poriën) in de buitenste membraan;
  6. Door het lekke membraan lekt cytochroom c weg in de celvloeistof;
  7. Cytochroom c bindt aan het eiwit Apaf-1 en vormt samen met energie (dATP) een wielvormig eiwitcomplex met de naam apoptosoom;
  8. Apoptosoom activeert procaspase-9 tot caspase -9;
  9. Caspase-9 activeert de ‘slopers’ zoals caspase 3 en 7;
  10. Deze enzymen breken de cel af in kleine stukjes die vervolgens worden afgevoerd.

Het bijzondere is dus dat mitochondriën dit mechanisme in zich hebben. Dat verklaart vervolgens ook dat tijdige apoptose niet kan plaatsvinden als de mitochondriën niet goed functioneren. Beschadigde mitochondriën missen domweg de mogelijkheid tot apoptose met als gevolg dat de schade in de mitochondriën (door welke oorzaak dan ook) zich doorzet naar de celkern. Dit laatste proces wordt ook wel ‘retrograde signalering’ genoemd. Uit het celkernexperiment blijkt kennelijk dat het zo werkt: kapotte mitochondriën leiden tot een verstoorde celademhaling (het Warburg-effect), tot het frustreren van de mogelijkheid tot apoptose en tot celkernschade.

Geblokkeerde apoptose

De interessante vraag die dan opkomt, is hoe die apoptose met cytochroom c dan geblokkeerd raakt. We hebben namelijk net gelezen dat de eiwitten Bax en Bak en caspases daarbij een rol spelen. Hoe onttrekken kankercellen zich dan aan deze  ‘ingebakken’ mogelijkheid tot apoptose? Ik doe dat opnieuw puntsgewijs, omdat het anders veel te technisch wordt.

  1. De sensor (p53) voor celschade raakt defect. In meer dan 50% van alle kankers is het TP53-gen gemuteerd of volledig uitgeschakeld;
  2. Kankercellen misvormen de sensor via lactaat. Kankercellen gebruiken hun overvloed aan lactaat om een chemische groep fysiek aan eiwitten te laten aanhaken. Wanneer dit gebeurt bij p53 (de sensor), raakt deze sensor misvormd. Daardoor verliest de cel zijn mogelijkheid tot apoptose. Zelfs als een kankercel een gezond p53-eiwit heeft, kan dit inactief worden door lactaat uit de aerobe glycolyse (Warburg-effect);
  3. Lactaat dient als chemisch schild. Kankercellen gebruiken de overvloed aan lactaat (melkzuur) ook om vrije radicalen te bufferen die op hun beurt weer meer schade veroorzaken in de celkern. Daarnaast pompen kankercellen massaal lactaat naar buiten waardoor de directe tumoromgeving sterk verzuurt. Daar kunnen immuuncellen slecht tegen, waardoor ze afsterven. De tumor gebruikt lactaat dus ook als een soort chemisch schild;
  4. De poorten worden dichtgehouden. Kankercellen produceren opmerkelijk veel anti-apoptotische eiwitten met namen als BCL-2 en BCL-XL. Daardoor kan cytochroom c het mitochondrium simpelweg niet verlaten;
  5. Ontsnapt cytochroom c wordt alsnog geneutraliseerd. Als er onverhoopt toch wat cytochroom c zou weglekken en er apoptosoom ontstaat, dan wordt de cascade verderop geblokkeerd. Kankercellen produceren vaak grote hoeveelheden remmers van apoptose (IAP’s). Deze stoffen binden direct aan actieve caspases waardoor de cel alsnog weigert te sterven;
  6. Het elektrische veld verandert. Doordat kankercellen hun mitochondriën uitschakelen voor de energievoorziening, verandert ook het membraanpotentieel. Dit verhoogde membraanpotentieel maakt het fysiek nog moeilijker voor cytochroom c om vrij te komen. Het mitochondrium verandert van een zelfmoord-organel in een passief celonderdeel.

Tenslotte hebben we naast de route van apoptose ín de cel (intrinsieke route) ook nog de mogelijkheid tot apoptose van buiten de cel (extrinsieke route). Dat proces hoort vooral bij de immunotherapie en laat ik hier even buiten beschouwing.

Resumé

De brandstoftheorie van Warburg en Seyfried in combinatie met de kennis over (beschadigde) mitochondriën zou als grondstof kunnen dienen voor een aanvullende therapie. Het doel van die therapie is om de werking van gezonde mitochondriën te stimuleren (inclusief de tijdige mogelijkheid tot apoptose) en de werking van de beschadigde mitochondriën (indien mogelijk) te herstellen waardoor alsnog apoptose in bestaande kankercellen kan plaatsvinden. Of juist door in te zetten op mechanismen en kwetsbaarheden in de mitochondriën van kankercellen om ze te laten ‘instorten’. En die mogelijkheden zijn er wellicht.

Het echte fundamentele probleem bij kanker is namelijk dat wat goed is om kankercellen te doden (bijvoorbeeld chemotherapie), slecht is voor gezonde cellen. En andersom: wat goed is voor gezonde cellen (glucose, koper, vitamine B11), is slecht voor kankercellen.

Maar voordat we al deze kennis samenvatten in een aanvullende orthomoleculaire kankertherapie, moeten we ons nog (kort) door vier andere theorieën werken. Dat zijn:

  • De kankerstamceltheorie;
  • De TOFT-theorie;
  • De infectieuze en oncogene virustheorie;
  • De kanker-immuunmodelering-theorie.

Ik zal beloven niet te uitgebreid over deze theorieën te gaan schrijven, ook omdat ik er niet veel kennis van heb. Het langste zal ik stilstaan bij de kanker-immuunmodelering-theorie, omdat we die tegenwoordig kennen als immunotherapie. Tenslotte: maak je niet druk over de verbanden, de verschillende therapieën en aanknopingspunten. In de laatste blog zet ik alles in een schema, zodat je begrijpt welke therapieën er zijn, welke mogelijke interacties en welke stappen je kunt zetten of kiezen. Nog even doorlezen dus.

Disclaimer

Medische informatie wordt alleen verstrekt als informatiebron en mag niet worden gebruikt of vertrouwd voor diagnostische of behandelingsdoeleinden. De informatie is niet bedoeld als patiëntenvoorlichting, creëert geen relatie tussen patiënt en orthomoleculair adviseur en/of INNR B.V. en mag niet worden gebruikt als vervanging voor professionele diagnose en behandeling. Raadpleeg uw zorgverlener voordat u beslissingen over uw gezondheid neemt of voor advies over een specifieke medische aandoening. INNR B.V. is niet aansprakelijk voor enige schade, verlies, letsel of aansprakelijkheid op welke manier dan ook geleden als gevolg van uw vertrouwen op de informatie uit dit document.

Terug naar blog