Kanker en vitamine K

Kanker en vitamine K

Kanker! Alleen het woord al, doet menigeen huiveren. Je zult de diagnose maar krijgen. Velen maken zich dan ook terecht zorgen over kanker. Krijg ik het? En wanneer dan? Anderen hebben er al mee te maken en krijgen allerlei reguliere behandelingen, die vaak  een enorme impact hebben op lichaam (en geest). Weer anderen krijgen de boodschap dat ze zijn genezen, maar blijven permanent alert en angstig of de ziekte niet zal terugkomen. Tenslotte is er de grootste groep: mensen die geliefden aan kanker hebben verloren. Want om iedere kankerpatiënt staat een kring van geliefden, vrienden en betrokkenen. Je zou dus zeggen dat alles wat met kanker te maken heeft, meer dan gemiddelde aandacht verdient. Dat is dus niet zo. De redenen zijn veelomvattend, maar parkeer ik maar even.

Helaas is er ook veel ‘kaf onder het koren’.  Als je op YouTube de filmpjes ziet met teksten als ‘Binnen 24 uur van je kanker af’ of ‘De beste remedie tegen kanker’ en je klikt die aan, dan zie je vele malen flauwekulverhalen. Verwerpelijk trouwens om zo views te krijgen. Waar is je moraal gebleven? Ook kom je tal van wetenschappelijke studies in PubMed (https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/) en dergelijke databanken tegen, waarin wordt beweerd dat nutriënt A of stofje B een preventief of curatief effect op kanker heeft. Dat zal wellicht zo zijn, maar soms gaat het om extreme hoeveelheden, dan weer over epidemiologisch of observationeel onderzoek met alle beperkingen die daarbij horen. Ook worden onderzoeken in laboratoria (in vitro), bij dieren (in vivo) en mensen door elkaar gehaald. Tenslotte moet je altijd kijken naar welke stof er is gebruikt en in welke dosering. Zo is uit de ATBC-studie[1] en de CARET-studie[2] bekend dat synthetische vitamine A, synthetische bètacaroteen en synthetische vitamine E meer kanker veroorzaken. Kortom, je moet wel een kritische geest hebben om de zin van de onzin te kunnen onderscheiden. Het laatste wat je wilt als je met kanker wordt geconfronteerd, is het verspillen van tijd, energie en geld aan ongegronde claims. Of valse hoop.

Met het bovenstaande in mijn achterhoofd werd ik de laatste tijd verrast met interessante informatie van enkele wetenschappers die ik volg. Als je namelijk een tijdje rondloopt in deze wereld, krijg je wel gevoel voor zin en onzin, voor serieuze onderzoekers of van die typische gezondheidsgoeroes met ongenuanceerde informatie. Of voor mensen met een direct commercieel belang. De eerste die mijn aandacht trok, was Dr. Jay Chaplin, een man met 30 jaar ervaring in vaccinontwikkeling, geneesmiddelenonderzoek en kankeronderzoek. Hij is gepromoveerd op moleculaire en cellulaire biologie en heeft een masterdiploma in chemie en biochemie. Zijn academisch onderzoek richtte zich op hoe het immuunsysteem ziekten herkent en erop reageert. Zie zijn site voor meer informatie: www.elevatingcancertreatment.com.

De tweede is Dr. Nicolas Verhoeven, volgens zijn website een man met een master in inspanningsfysiologie, gepromoveerd in de moleculaire geneeskunde en de cel- en moleculaire fysiologie en inmiddels professor fysiologie en voeding. Hij beheert een website met de naam www.physionic.org. De derde is Felix Harder, weliswaar geen wetenschapper, maar wel iemand die zinvolle dingen weet en zegt over nutriënten.

Deze drie mannen plaatsen recent video’s op YouTube over de relatie met vitamine K en kanker. Voor mij reden om daar eens in te duiken. Want serieuze onderzoeken, onder de aandacht gebracht door serieuze mensen, moet je zeker bekijken. In deze blog ga ik daarom dieper in op de relatie tussen vitamine K en kanker. Deze vitamine schijnt namelijk zowel preventief als curatief een enorme impact te kunnen hebben op kanker. Ik neem je mee langs de volgende onderwerpen:

1. Wat is vitamine K?

Over vitamine K heb ik al een uitgebreide blog geschreven, dus als je nog helemaal niets weet over deze vitamine, verwijs ik je naar de blog https://innrvital.nl/blogs/productdossiers/productdossier-vitamine-k

Ik zal het hier kort samenvatten: vitamine K heb je in meerdere vormen. Vitamine K1 zit vooral in groene groenten en gebruikt het lichaam vooral voor bloedstolling. Vitamine K2 komt voor in meerdere vormen (isomeren of vitameren). De varianten worden aangeduid met de afkorting MK (dat staat voor menaquinon) gevolgd door een cijfer. Dat cijfer geeft  de lengte van de zijketen aan: 4 voor een korte zijketen oplopend tot wel 14 voor een lange zijketen.

Er is in het lichaam een ingewikkelde relatie tussen de hoofdvormen K1 en K2. Zo kunnen er conversies tussen vormen plaatsvinden afhankelijk van de behoefte van het lichaam. De prioriteit ligt altijd bij voldoende K1 voor bloedstolling. Mocht je te weinig K1 binnenkrijgen, dan gebruikt je lichaam (helaas) varianten van K2 dat ervoor zorgt dat je niet doodbloedt.

De meest onderzochte en bekende vormen van K2 zijn:

  • MK-4: komt vooral voor in dierlijke producten als vlees, eieren en roomboter;
  • MK-7: komt vooral voor in gefermenteerde producten, zoals natto, kaas, kefir en dergelijke.

Het verschil tussen MK-4 en MK-7 (los van de chemische structuur dus) zit hem vooral in de halfwaardetijd. MK-4 heeft een relatief korte halfwaardetijd van slechts 1 tot 2 uur terwijl MK-7 tot wel 72 uur in je bloedbaan blijft zweven.

Nu licht ik even toe hoe het precies in het lichaam werkt met die K-vitamines. Het lichaam geeft (terecht) prioriteit aan het op orde houden van de bloedstolling. Immers, een wond kun je elk moment oplopen en dan is een adequate stolling essentieel. Jammer dan maar even voor de langetermijneffecten op botten en vaten. Dus vitamine K1 uit groenten wordt direct door de lever opgenomen. Het heeft ook een korte halfwaardetijd, dus je lever grijpt alles aan wat er voorbijkomt om die voorraad op peil te houden. Mocht er toch K1 overschieten, dan breken je darmbacteriën (en waarschijnlijk lichaamseigen enzymen) de zijstaart van K1 af, transporteren de ‘kop’ van het molecuul (menadion) door de darmwand de bloedbaan of het lymfestelsel in. Eenmaal aangekomen in het doelweefsel plakt je lichaam er met behulp van het enzym UBIAD1 weer een nieuwe staart aan waardoor er MK-4 ontstaat.[3]

Wat zijn dan de doelweefsels waar MK-4 gemaakt wordt? Dat zijn vooral de hersenen, waar MK-4 essentieel is voor de bescherming van zenuwcellen, de alvleesklier voor de ondersteuning van de insulinehuishouding, de testikels en eierstokken en ten slotte vaatwanden en botten.[4] Maar let op: dit gebeurt alleen als er voldoende K1 is. Ook begrijp je nu dat mensen die een verstoorde darmflora hebben of (chronisch) antibiotica gebruiken vaak lagere niveaus vitamine-K-varianten in hun lichaam hebben. De omzetting van K1 naar K2 is dus inefficiënt. En als er nu te weinig K1 is? Dan kaapt je lever vitamine K2, ongeacht welke vorm, om toch maar voldoende vitamine K beschikbaar te hebben voor de bloedstolling. De sleutel ligt dus in voldoende inname van K1 (met een korte halfwaardetijd) zodat er nog iets van K2 overblijft.

Wat gebeurt er dan met MK-4 en MK-7 die je via voeding binnenkrijgt? Als je een tekort aan K1 hebt omdat je niet voldoende groenten hebt gegeten, ben je die gewoon ‘kwijt’ aan bloedstolling. Is dat erg? Dat zou ik wel denken! Want daarmee kom ik bij de rol van MK-4 in kanker.

2. Wat zeggen de onderzoeken over de relatie tussen vitamine K en kanker?

Vitamine K2-MK-4 (ik schrijf voor de leesbaarheid verder alleen de afkorting MK-4 waarvan je nu weet dat het één van de vormen van vitamine K2 is) heeft in diverse studies interessante effecten op kanker laten zien. Ik citeer eerst Jay Chaplin waarvan je, gezien zijn achtergrond in farma, niet verwacht dat die sterk geïnteresseerd is in natuurlijke oplossingen. Hier komt zijn letterlijke betoog:

‘Op internet circuleren claims dat vitamine K2 prostaatkankercellen kan doden in concentraties tussen de 50 en 100 micromolair (een concentratiemaatstaf/BM). Dat klinkt indrukwekkend. Maar er zijn drie belangrijke vragen:

  1. Is dat waar?
  2. Kunnen mensen deze bloedwaarden halen?
  3. Zijn deze doseringen veilig?

In tegenstelling tot veel andere claims, hebben we hier behoorlijk wat gegevens over. De antwoorden zijn verrassend en ondersteunend, maar met een belangrijke nuance. Ten eerste is dit idee helemaal niet nieuw. Er is eigenlijk al veel onderzoek naar vitamine K2 gedaan sinds decennia. Maar hier komt het eerste interessante punt: het gaat niet alleen maar over prostaatkanker. Waarom daarop alleen gefocust? In feite is prostaatkanker niet eens een van de meest responsieve vorm van kanker. De meeste studies zijn uitgevoerd met cellijnen… Cellijnstudies is als het testen van een raceauto door de motor te laten draaien in een afgesloten garage. Kan dit zinvol zijn? Ja. Weerspiegelt het de echte wereld? Absoluut niet. Maar er is iets opvallends aan deze studies. De meeste supplementen vertragen alleen de groei van kanker. Vitamine K2 lijkt kankercellen echter daadwerkelijk te doden. Dat is belangrijk! Niet onderdrukken, niet vertragen, maar doden! Dit is een cytotoxische behandeling, dus geen cytostatische behandeling die je in de ‘wachtstand’ zet. En dit gebeurt bij veel verschillende kankersoorten. De kankersoorten die er het best op reageren, zijn:

  • Bloedkankers (leukemie);[5]
  • Ziekte van Kahler;[6]
  • Lymfklierkanker (Hodgkinlymfoom, Non-Hodgkinlymfoom);[7]
  • Darmkanker;[8]/[9]
  • Longkanker.[10]

Dit zijn de kankersoorten die het meest gevoelig zijn. Dan heb je de grote middelgroep die gemiddeld gevoelig zijn:

Ze reageren nog steeds en het zijn niet de ‘taaiste’ soorten. Dan zijn er de moeilijkste vormen van kanker:

  • Borstkanker;[27]/[28]
  • Galwegkanker (cholangiocarcinoom);[29]
  • Hersenkanker (glioblastoom).[30]

Borstkanker komt van deze laatstgenoemde vormen het meeste voor. Bij galwegkanker lijkt vitamine K2 de ontwikkeling vooral te vertragen. En een hersentumor is eigenlijk de meest erge. Het heeft ongeveer twintig keer zoveel vitamine K2 nodig om hetzelfde effect te bereiken. Dat maakt deze aanpak voor deze vorm van kanker bijna onrealistisch. De dosis is cruciaal waar we het al uitgebreid over hebben gehad als het gaat om supplementen in het algemeen. Maar hierdoor is het waarom ik deze research meer vertrouw dan andere research:

  • Het is herhaaldelijk gedaan in talloze laboratoria, diverse landen, verschillende vormen van kanker, veel verschillende typen cellijnen en ze komen allen op dezelfde aantallen uit (met een paar uitzonderingen);
  • De meeste kankercellen beginnen af te sterven bij een bloedwaarde tussen de 25 en 50 micromolair. Die mate van consistentie is eigenlijk zeldzaam en schokkend;
  • Een ander interessant gegeven uit de studies die ik heb bekeken, is de timing. De meeste kankercellen sterven binnen twee tot drie dagen, wat betekent dat het effect niet langzaam en over maanden werkt en dat het niet iets is dat je levenslang hoeft te gebruiken. Het lijkt meer op een ‘stootkuur’ of een ‘pulse-behandeling’. Erg kort, erg intens en dan weer stoppen…

Hoe zit het met dierproeven? Die laten dezelfde resultaten zien, maar die zijn moeilijker te interpreteren als het gaat om dosering omdat de stof soms via het drinkwater wordt toegediend. Omdat je niet weet hoeveel zo’n diertje drinkt (meestal muizen), blijft het giswerk. In sommige studies werd MK-4 ingespoten zodat je in ieder geval de hoeveelheid kan meten, maar zo zou je het normaliter ook niet innemen. Dus erg behulpzaam zijn deze studies niet. Eerlijk gezegd ben ik verbaasd dat ze de muizen niet voedden met vaste doseringen K2 in olie. Dat is de benadering die in andere onderzoeken werden uitgevoerd om consistentie in doseringen te krijgen. De meeste studies maken gebruik van muizen met ‘geïmplanteerde’ menselijke tumoren. Dat is bruikbaar, maar geen perfect model. Er zijn slechts enkele studies met tumoren die uit muizen zelf komen in plaats van tumoren uit mensen. Die studies helpen om de invloed van soortverschillen als mogelijke reden voor effectiviteit uit te sluiten. Toch verschijnen er ook interessante synergiën op. Zo werkt vitamine K2 beter als het wordt gecombineerd met bepaalde behandelingen, met name in combinatie met hyperthermie (het verhogen van je lichaamstemperatuur[31]) of het gerichte kankermedicijn Sorafenib of chemotherapie-medicijnen, zoals 5-fluoro-uracil.[32]/[33] Dus het werkt niet alleen ‘stand-alone’, maar het kan ook andere therapieën versterken.

Nu gaan we naar het belangrijkste onderdeel: studies bij mensen. En, helaas, daar zijn er slechts weinigen van. De meeste zijn preventiestudies, dus geen onderzoeken naar curatieve behandelingen. En die preventieve studies zijn niet geweldig. Sommigen laten zien dat lagere niveaus vitamine K2 een hoger risico op kanker laten zien. Andere laten zien dat hogere niveaus K2 mogelijk beschermend werken. Maar de studies zijn verwarrend. Ze meten geen suppletie maar bloedwaarden. Dat maakt het lastig om te interpreteren. En dat gaat ook over die preventiestudies naar prostaatkanker en borstkanker. Omdat we niet weten wat de inname van (de vormen, hoeveelheden en frequentie van) vitamine K is, is het lastig om te beoordelen hoe betekenisvol deze getallen zijn, vooral omdat er een enorm verschil is tussen mensen met een hoge en een lage inname van vitamine K2 uit het dieet. Er is dus veel dat de data vertroebelt.

Toch is er één vorm van kanker waar vitamine K2 veelbelovend is en dat komt doordat er drie studies naar zijn gedaan: leverkanker. Die studies zijn goed gedaan. Die gingen niet over preventie maar over terugval. Patiënten hadden levertumoren, gedood, verwijderd, weggebrand of vernietigd. Daarna kregen ze dagelijks 45 milligram vitamine K2. Het resultaat? Significant lagere recidivepercentages. Dat is zeer bemoedigend maar nog steeds gebaseerd op beperkte gegevens. Voordat we ingaan op doseringen, is er één ding dat je absoluut moet weten. Verschillende van die cellijn-studies keken naar diverse vormen van vitamine K: K1, K2, K3 en zelfs K5 (geen idee wat die laatste is). En dan de subtypes van K2: MK-4 en MK-7. Sommige studies laten zien dat vitamine K3 effectiever lijkt, vooral bij hersentumoren, waarmee redelijke en haalbare doseringen mogelijk zijn, in tegenstelling tot K2. Maar er is een belangrijke reden waarom K3 geen goede optie is. Vitamine K3 kan hemolytische anemie veroorzaken (= extreem tekort aan rode bloedcellen/BM). Je rode bloedcellen gaan dan letterlijk ten gronde. Het werd decennia geleden bij mensen ingezet, maar is vanwege deze ernstige bijwerking van de markt verwijderd.’

Dan gaat zijn betoog even verder over de mogelijke inzet van K3 met allerlei waarschuwingen. Vervolgens gaat Chaplin in op de relatie tussen de hoeveelheid bloed, bloedwaarden en doseringen. Ik laat al die overwegingen even onvertaald en pak de draad weer op bij concrete aanbevelingen.

‘Om voldoende bloedwaarden te bereiken, zou je ongeveer 111 mg (!) per dag moeten innemen. En daar nemen dingen een vervelende wending. Want de meeste supplementen bevatten rond de 100 microgram. Dat is tien keer minder dan een milligram. Omgerekend zou dit betekenen dat je 1110 pillen per dag zou moeten slikken om aan 111 milligram te komen. Onhaalbaar dus. Er zijn echter supplementen te koop met 45 mg. Daarvan hoef je slechts drie capsules per dag in te nemen. Bij ‘taaiere’ kankersoorten zoals borstkanker heb ik het over 6 capsules per dag. Voor kanker aan de galwegen of hersentumoren lijkt het effect echter beperkt.

Zijn deze doseringen veilig? Verrassend genoeg: Ja! Vitamine K2 is veilig en wordt goed opgenomen met vet (lepel olijfolie of een klont roomboter/ BM)… Het effect van een stootkuur vitamine K2 duurt twee tot drie dagen. Dit heeft dus wellicht meer zin als een korte ‘pulsetherapie’, zowel voor preventieve als curatieve doeleinden. Denk dan aan twee keer drie dagen per maand (curatief) of drie dagen per drie maanden (preventief). Op basis van het onderzoek is vitamine K2 het proberen waard bij met name bloedkanker, lever-, long-, darm- en alvleesklierkanker en mogelijk ook bij prostaatkanker en andere vormen. Voor galweg- of hersentumoren lijkt het effect echter beperkt.

Wat is het nut van vitamine K2? Wel, het is geen gemakkelijke wonderkuur en het is ook geen flauwekul. Het is wetenschappelijk interessant en haalbaar. In labtests worden veel kankercellen ermee gedood en ook in dierproeven zien we hetzelfde. Er is echter beperkte data beschikbaar over effecten bij mensen die weliswaar bemoedigend en veelbelovend zijn, met name bij leverkanker. De grootste uitdaging blijft de dosering. Als je op zoek bent naar iets dat voordeel kan geven bij kanker, dan is dit er wel één met de wetenschappelijke onderbouwing erbij.’ Einde citaat dr. Jay Chaplin.

Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar ik vind bovenstaand betoog indrukwekkend. Met name omdat kanker zo’n verschrikkelijk moeilijk te bestrijden ziekte is. Alles wat serieus kan bijdragen of kanshebbend is in deze strijd, lijkt mij meer dan het overwegen waard. Dan moet je ook nog weten, dat die pillen/doseringen relatief makkelijk te halen zijn. Als je de weg maar weet. Goed, dat was Jay Chaplin.

Kan dr. Nicolas Verhoeven daar nog iets aan toevoegen? Ook hij haalt de meta-analyse over vitamine K2 in relatie tot leverkanker aan.[34] Terzijde: een meta-analyse is een studie naar alle studies over een bepaald onderwerp. Vervolgens haalt hij deels dezelfde studies aan als Chaplin, met name gericht op (de terugkeer van) leverkanker. Vervolgens gaat hij vooral op de vraag hoe (!) vitamine K2 kanker bestrijdt. Er zijn volgens hem wel acht mogelijke mechanismen, maar hij bespreekt de belangrijkste en dat is die van celcyclusarrest.

Je moet weten dat cellen zich voortdurend delen. Dat geldt dus ook voor kankercellen. Een tumor is in de kern een verzameling kankercellen. Wanneer kankercellen delen, maken ze een kopie van zichzelf en ontstaan er nieuwe kankercellen. Dit hele proces wordt aangestuurd door de celcyclus wat impliceert dat verschillende signalen moeten samenkomen om aan te geven dat de cel klaar is om te delen tijdens de initiële fase (de G1-fase). Er wordt aangenomen dat vitamine K deze cyclus remt omdat een eiwit met de naam cycline-D, cruciaal voor deze cyclus, minder wordt aangemaakt. Dit betekent dat de kankercel minder signalen krijgt die haar vertellen zich te delen.

Een ander beschreven mechanisme is dat vitamine K differentiatie kan afdwingen. Hij bedoelt hiermee dat kankercellen zonder functie (bijvoorbeeld een botcel) zijn. Een van de belangrijkste kenmerken van kankercellen is dat ze gedeeltelijk ongedifferentieerd blijven. Ze hebben dus niet de identiteit van een spiercel, een hersencel of een levercel. Ze kunnen zich dus constant blijven delen omdat ze niet geprogrammeerd zijn om daarmee te stoppen. Vitamine K dwingt ze kennelijk om zich te differentiëren wat betekent dat ze een identiteit en een taak krijgen waardoor ze stoppen met hun ongecontroleerde gedrag en constant blijven delen zonder andere reden dan chaos te veroorzaken. Het lijkt er dus op dat vitamine K het voor kankercellen moeilijk(er) maakt om zich te delen.

Als we elf studies samenvoegen uit de meta-analyse blijkt dat er een verlaagd risico op recidiverende (terugkerende) leverkanker is bij mensen die vitamine K gebruiken, zelfs na drie jaar. Vervolgens brengt hij allerlei nuanceringen aan tussen de onderzoeken, naar de aard van de onderzoeken, de omvang en de status van de deelnemers. Ten slotte bespreekt hij nog een studie die de rol van vitamine K2 onderzocht bij mensen met levercirrose en hun risico op het ontwikkelen van kanker. De groep die vitamine K2 gebruikte, had duidelijk een lager risico op het ontwikkelen van leverkanker.[35] Hij vat het als volgt samen dat er bewijs is dat suppletie van vitamine K2 mogelijk bescherming biedt tegen het ontstaan van initiële leverkanker. In de meeste onderzoeken die hij bekeek, ging het vooral om vitamine K2 in doseringen van 30 tot 90 milligram per dag.

Felix Harder legt daarna nog uit dat kankercellen een enorme behoefte hebben aan energie om te delen. Die energie wordt aangemaakt in de mitochondriën. Dit is ook de plek waar geprogrammeerde celdood zou moeten plaatsvinden in kankercellen. Voor zover we nu weten, verstoort vitamine K2 de mitochondriale functie van kankercellen maar niet die van gezonde cellen. Dit verstoort hun energieproductie en geeft signalen af voor apoptose (celdood). Vitamine K2 maakt de binnenkant van kankercellen dus instabieler.

Vat ik bovenstaande informatie samen over de relatie tussen MK-4 en kanker, dan is dit wat je moet weten. Wanneer de lever verzadigd is met vitamine K1 en er voldoende MK-4 in de weefsels aanwezig blijft, treden er processen in werking die essentieel zijn voor de preventie en bestrijding van kankercellen.[36]

a. Inductie van apoptose (geprogrammeerde celdood)

MK-4 kan kankercellen dwingen tot zelfvernietiging. Het activeert specifieke signaalpaden (zoals caspases en het PUMA-eiwit) die ervoor zorgen dat afwijkende cellen afsterven voordat ze een tumor kunnen vormen. Dit effect is vooral waargenomen bij prostaat-, blaas- en leverkankercellen.

b. Remming van celproliferatie (groeistop)

MK-4 grijpt in op de celcyclus. Het remt de activiteit van NF-κB (een eiwit dat ontstekingen en tumorgroei bevordert) en verlaagt de niveaus van cycline D1. Hierdoor kunnen kankercellen zich minder snel of helemaal niet meer delen.

c. Voorkomen van metastasen (uitzaaiingen)

MK-4 vermindert de productie van matrix metalloproteïnasen (MMP's). Dit zijn enzymen die de structuur rondom cellen (collageen) afbreken, wat kankercellen normaal gesproken de kans geeft om door het lichaam te reizen en uit te zaaien naar andere organen.

d. Bescherming bij leverkanker (HCC)

In klinisch onderzoek is aangetoond dat hoge doses MK-4 (45 mg/dag) de kans op het ontstaan van leverkanker aanzienlijk kunnen verlagen bij mensen met levercirrose. Ook na een operatie vanwege leverkanker lijkt MK-4 de kans op terugkeer van de tumor in sommige gevallen te kunnen verkleinen.[37]

3. Wat is de relatie met vitamine D?

Zoals je wellicht weet, heb ik ook een blog geschreven over de relatie tussen vitamine D en kanker. Zie: https://innrvital.nl/blogs/ziektedossiers/vitamine-d-en-kanker. De samenwerking tussen vitamine D3 en vitamine K2 (met name de MK-4 vorm) is een klassiek voorbeeld van biologische synergie: ze versterken elkaars werking niet alleen, maar hebben elkaar ook nodig om veilig en effectief te functioneren. Nu wordt het helemaal interessant in relatie tot kanker. Want er is een ingewikkelde, maar zeer doeltreffende relatie tussen vitamine D en MK-4 (en ook MK-7). Ik beperk me nu tot vitamine D en MK-4. Zo zit het in elkaar:

Dubbele aanval op de celcyclus

Zowel vitamine D3 als MK-4 hebben het vermogen om de ongecontroleerde groei van kankercellen te stoppen of af te remmen, maar ze doen dit via verschillende mechanismen:

  • Vitamine D3 stimuleert de aanmaak van eiwitten zoals p21 en p27, die de celcyclus "op pauze" zetten;
  • Vitamine K2 (MK-4) verlaagt de niveaus van cycline D1, wat essentieel is voor een cel om zich te kunnen delen;
  • Door deze gecombineerde aanval wordt de kankercel van twee kanten onder druk gezet, wat de kans op effectieve groeistop (proliferatieremming) aanzienlijk vergroot in vergelijking met het gebruik van slechts één van beide stoffen.[38]/[39]

Versterkte apoptose (geprogrammeerde celdood)

Kankercellen ‘vergeten’ vaak hoe ze moeten afsterven. Vitamine D3 en MK-4 herstellen dit mechanisme:

  • Vitamine D3 verhoogt de gevoeligheid van de cel voor signalen die leiden tot zelfvernietiging;MK-4 activeert direct de enzymen (caspases) die de cel daadwerkelijk afbreken;
  • Onderzoek naar agressieve vormen van borstkanker (triple-negatieve borstkanker)[40] laat zien dat de combinatie van D3 en K2 de kankercellen significant meer verzwakt dan wanneer ze afzonderlijk worden toegediend.[41]

Gevoeligheid voor vitamine D verhogen

Een fascinerend aspect van de synergie is dat vitamine K2 de cellen ‘wakker schudt’ voor vitamine D. Het is aangetoond dat K2 de expressie van de vitamine-D-receptor (VDR) kan verhogen. Hierdoor kan vitamine D3 zijn antikankereffect beter bereiken, zelfs bij lagere doseringen, omdat de cel er gevoeliger voor is geworden.[42] Bij deze laatste passage kun je natuurlijk denken: ‘Maar waarom is die gevoeligheid voor vitamine D dan zo relevant bij kanker?’ Een terechte vraag waarvan je het antwoord ook had kunnen terugvinden in de blog over vitamine D. Ik zal het hier nogmaals opschrijven:

De relevantie van een hogere gevoeligheid voor vitamine D (door een toename van de vitamine-D-receptoren (VDR)) is cruciaal bij kanker om de volgende redenen:

  • De rem op celgroei

Zie vitamine D als de voet op de rem van celgroei. Kankercellen proberen die rem vaak te omzeilen door de vitamine-D-receptoren uit te schakelen of te verminderen. Als er geen "sloten" (receptoren) op de cel zitten, kan de "sleutel" (vitamine D) de cel niet meer het signaal geven om te stoppen met delen. Vitamine K2 zorgt dat er meer sloten beschikbaar komen, waardoor de remming van de tumorgroei weer effectief wordt.

  • Overwinnen van vitamine D-resistentie

Veel tumoren ontwikkelen een resistentie tegen vitamine D. Zelfs als je heel veel vitamine D in je bloed hebt (hoge spiegels), doen de kankercellen er niets mee omdat ze doof zijn voor het signaal. Vitamine K2 maakt de kankercel weer gevoelig. Dit betekent dat je met een normale, gezonde vitamine D-spiegel een veel krachtiger antikanker-effect bereikt dan zonder K2.

  • Ongedifferentieerd naar gedifferentieerd

Een belangrijk kenmerk van kanker is dat cellen hun specialisatie verliezen; ze raken ontregeld en blijven zich ongeremd delen (een soort stamcelachtige toestand).[43] Vitamine D dwingt cellen om zich weer te specialiseren tot een normale cel (differentiatie). Omdat vitamine K de VDR-activiteit verhoogt, wordt dit proces van normalisering van de cel veel krachtiger aangestuurd.

  • Directe impact op het immuunsysteem

De vitamine D-receptor zit ook op je immuuncellen (zoals T-cellen en macrofagen). Deze cellen spelen een rol bij het opsporen en vernietigen van kankercellen. Door de gevoeligheid voor vitamine D te verhogen via K2, worden je immuuncellen agressiever in het opruimen van beginnende kankercellen.[44]

De vormen van kanker waarbij de rol van de vitamine D-receptor (VDR) en de invloed van vitamine D (al dan niet in combinatie met K2) het meest uitgebreid zijn onderzocht, zijn:

  • Borstkanker: Dit is een van de best bestudeerde modellen. VDR is aanwezig in de meeste borsttumoren (tot wel 92%). Een hoge aanwezigheid van deze receptoren in de celkern van de tumor is direct gekoppeld aan een gunstiger prognose, minder agressieve tumorkenmerken en een langere overleving;[45]/[46]/[47]
  • Darmkanker (colorectaal carcinoom): De darmen hebben de hoogste concentratie VDR in het menselijk lichaam. Onderzoek toont aan dat vitamine D via de VDR de groei van darmkankercellen remt en de communicatie in de tumoromgeving (stroma) verbetert;[48]/[49]
  • Baarmoederhalskanker;[50]
  • Prostaatkanker: Mannen met de hoogste expressie van VDR in hun prostaatweefsel hebben een significant lager risico (tot wel 83% minder) op een dodelijke afloop van de ziekte;[51]
  • Leverkanker (hepatocellulair carcinoom): Hoewel de focus hier vaak ligt op de directe werking van MK-4, speelt de VDR-gevoeligheid een grote rol bij het voorkomen van de terugkeer van de tumor na een operatie;
  • Melanoom (huidkanker): Onderzoek laat zien dat melanoomcellen die hun VDR verliezen (dedifferentiatie), veel agressiever worden en sneller groeien.[52]

In deze specifieke weefsels is de VDR niet alleen een ontvanger voor vitamine D, maar fungeert hij ook als een tumorsuppressor-gen. Dat betekent dat zolang de receptor actief en gevoelig is (waar vitamine K2 voor zorgt), de cel beter beschermd blijft tegen ongecontroleerde deling.

Tenslotte hebben we nog de ‘masters’ van kankerbestrijding in ons lichaam: de natural killercellen (NK-cellen). NK-cellen zijn de snelste jagers in het immuunsysteem. NK-cellen hebben van nature VDR-receptoren op hun oppervlak. Interessant is dat de hoeveelheid receptoren sterk toeneemt zodra de NK-cel wordt geactiveerd. In rusttoestand is de expressie laag, maar bij een dreiging (zoals een tumorcel) zet de cel de poorten open voor vitamine D om zijn werk te doen. Vitamine D stimuleert via de VDR de productie van stoffen waarmee NK-cellen kankercellen doden, zoals perforine en granzymen. Onderzoek toont aan dat vitamine D-suppletie de activiteit (de slagkracht) van NK-cellen bij mensen met een tekort aanzienlijk kan verbeteren. De VDR-signalering werkt twee kanten op. Het maakt niet alleen de NK-cel agressiever, maar onderzoek suggereert ook dat VDR-signalering in de kankercel zelf deze gevoeliger maakt voor de aanval van NK-cellen. Bij melanomen (huidkanker) is bijvoorbeeld gezien dat een actieve vitamine D-VDR-as de gastheerrespons versterkt en de kans op longmetastasen (uitzaaiingen) verkleint door een betere controle van het immuunsysteem, waaronder de NK-cellen.[53]

Terwijl NK-cellen direct toeslaan, moeten T-cellen moeten eerst ‘getraind’ worden. Kankercellen proberen namelijk vaak onzichtbaar te worden voor T-cellen door hun ‘paspoort’ (het MHC-I-molecuul) te verbergen. NK-cellen zijn echter geprogrammeerd om juist te herkennen dat dit paspoort ontbreekt; zij vallen de cel dan ogenblikkelijk aan. Dat doen ze door met perforine letterlijk gaatjes in de kankercel te schieten, waarna ze dodelijke enzymen (granzymen) naar binnen spuiten om de cel tot apoptose te dwingen.

Daarnaast  is er de route van de dendritische cellen. Deze cellen tasten weefsels af en zodra ze een beginnende kankercel vinden, nemen ze stukjes van die cel (antigenen) mee naar de lymfeklieren. Daar worden de wachtende T-cellen geactiveerd. Deze ‘getrainde’ T-cellen gaan vervolgens gericht op zoek naar de kankercellen die precies voldoen aan het ‘profiel’ dat ze van de dendritische cellen hebben gekregen. Zodra ze doelcel vinden, doden ze hem.

Zonder voldoende vitamine K2 is vitamine D als een spreker zonder microfoon; het signaal is er wel, maar de cellen (en met name de kankercellen) horen het niet goed genoeg om hun gedrag aan te passen. Beiden zijn onmisbaar bij kanker, zowel preventief als curatief.

In het kader van deze blog beperk ik me alleen nog tot de volgende cofactoren:

  • Vitamine A: zonder deze vitamine kan de VDR niet goed binden aan het DNA (via de retinoïd-X-receptor) van de kankercel. Vitamine A is dus nodig om de ‘anti-kankerinstructies’ van vitamine D daadwerkelijk uit te voeren;
  • Zink: zonder zink kan de VDR niet goed binden aan je DNA. Daarnaast helpt zink je T-cellen en NK-cellen te laten rijpen. Zonder zink is het immuunsysteem blind.

4. Wat kun je hiermee?

Zoals je nu weet, hebben vitamine D en MK-4 een enorm belangrijke rol in het voorkomen en bestrijden van kanker. Stel dat je al kanker hebt, wat zou je dan op basis van deze wetenschappelijke gegevens moeten doen?

1. Verzadig je lever met voldoende vitamine K1, zodat er voldoende vitamine K2 overblijft. Dat doe je door dagelijks voldoende groene (blad-)groenten te eten (spinazie, boerenkool, broccoli);

2. Stuur de cellen aan met vitamine D3, K2 en A om kankercellen te herkennen en te remmen;

2. Optimaliseer je vitamine D-spiegels door je bloedwaarden te laten bepalen en die vervolgens richting de 200nmol/l te krijgen door middel van suppletie en zonlicht;

3. Neem altijd K2 samen in met D3. Een gangbare ratio is 100-200 mcg K2 per 5000-10000 IE vitamine D. Bij bestaande kanker zijn deze ratio’s niet afdoende. Dan dien je een stootkuur vitamine K2-MK4 te nemen in een dosering van 135 mg per dag, een en ander afhankelijk van de vorm en het stadium van de kanker;

4. Suppleer de benodigde cofactoren die je nodig hebt voor beide vitamines. Dat zijn:

  • Magnesium (enzymatische brandstof om vitamine D te activeren);
  • Gezonde vetten (omdat vitamine D en K vetoplosbare vitamines zijn);
  • Vitamine A (retinol) in een ratio van 1:1-2 ten opzichte van D3 (in IE’s);
  • Vitamine B-complex (met name B11 en B12) om nieuwe witte bloedcellen te maken;
  • Vitamine C als antioxidant voor de immuuncellen om ze zelf niet te beschadigen;
  • Zink in een dosering van 25 mg per dag, afhankelijk van de intracellulaire waarden;
  • Selenium in een dosering van 200 mcg per dag.

Tot slot

Wanneer we de strijd tegen kanker bekijken door de bril van de biologie, zien we geen verzameling losse stoffen, maar een uiterst geraffineerd en samenhangend verdedigingssysteem. De ware kracht ligt niet in één ‘wondermiddel’, maar in de synergie van het hele netwerk.

We hebben gezien dat je lichaam een scherpe prioriteitenlijst hanteert: triage. Als we niet zorgen voor voldoende basisstoffen zoals vitamine K1, wordt de verdedigingslinie in onze weefsels simpelweg ‘gekaapt’ voor acute overleving. Het resultaat? Een immuunsysteem dat wel wil vechten, maar de signalen niet goed doorgeeft, de benodigde middelen mist of de immuuncellen niet effectief kan aansturen.

Door het lichaam strategisch te ondersteunen, geven we het lichaam de regie terug:

  • Met vitamine D3 en MK4 zetten we het communicatiesysteem op scherp, zodat kankercellen zich niet langer kunnen verschuilen;
  • Met vitamine B-complex, zink en koper zorgen we voor de productie van slagvaardige immuuncellen (NK-cellen);
  • Met magnesium, vitamine C en selenium geven we deze cellen de energie om kwaadaardige cellen aan te vallen en onze gezonde weefsels te beschermen.

Het voorkomen of bestrijden van kanker is een complex proces, maar de basisbehoeften van ons immuunsysteem zijn relatief eenvoudig. Door de juiste hardware (mineralen) te combineren met de juiste software (vitamines), bouwen we aan een lichaam dat niet alleen alert is, maar ook krachtig genoeg om in te grijpen wanneer dat het hardst nodig is. Dat is geen valse hoop, maar biologische logica.

INNR heeft deze kennis vertaald naar een protocol, zodat mensen met kanker een complementair spoor kunnen lopen, al dan niet naast het reguliere spoor van chirurgie, bestraling, chemo- en/of immunotherapie.

Disclaimer

Medische informatie wordt alleen verstrekt als informatiebron en mag niet worden gebruikt of vertrouwd voor diagnostische of behandelingsdoeleinden. De informatie is niet bedoeld als patiëntenvoorlichting, creëert geen relatie tussen patiënt en orthomoleculair adviseur en/of INNR B.V. en mag niet worden gebruikt als vervanging voor professionele diagnose en behandeling. Raadpleeg uw zorgverlener voordat u beslissingen over uw gezondheid neemt of voor advies over een specifieke medische aandoening. INNR B.V. is niet aansprakelijk voor enige schade, verlies, letsel of aansprakelijkheid op welke manier dan ook geleden als gevolg van uw vertrouwen op de informatie uit dit document.

 



Terug naar blog